Pang! Het startschot klonk en niet lang daarna stoof een groep Oost-Afrikaanse lopers het Olympisch Stadion uit. Normaal prachtig om te zien, maar nu niet. Ik stond namelijk nog met honderden anderen te dringen om het stadion in te komen en ook van start te gaan. Ik had achter de pacers voor 3:15 aan willen lopen en die zouden tegen de tijd dat ik over de startmat zou gaan al minuten onderweg zijn. Zo’n beginnersfout ging ik niet nog een keer maken, beloofde ik mezelf. En na het lezen van dit verhaal weet jij ook beter.

Langs de Amstel tijdens mijn eerste Amsterdam Marathon in 2013 (for those who care: eindtijd 3:21).

Zondag wordt de 43e Amsterdam Marathon gelopen en ik doe voor de vijfde keer mee. ‘Ga je weer Amsterdam lopen?’, wordt me soms vol ongeloof gevraagd. Dat mensen niet begrijpen waarom je op herhaling gaat in Amsterdam heeft te maken met het parcours: saai. Amsterdam staat te boek als een stadsmarathon, maar vergeleken met die van Londen, Parijs, Berlijn of New York is onze marathon dat eigenlijk niet. Of niet echt. Na een kilometer of 13 ga je stad uit en pas bij kilometer 31 kom je weer echt in de bewoonde wereld. Een heel stuk Amstel en een niet al te gezellige tour over een bedrijventerrein in Zuidoost gaan daaraan vooraf.

Maar! Het is wel ónze marathon. Hier in Amsterdam. Je kunt er op de fiets heen. Je loopt over straten die je door en door kent en als je die 42,195 kilometer erop hebt zitten ben je zo weer thuis! De grootste bonus van onze marathon is wel dat je mag finishen in het Olympisch stadion. Starten ook, maar dat is eigenlijk vooral een beetje onhandig met zoveel mensen.

Met het oog daarop doe je er verstandig aan lekker de tijd te nemen op marathondag. De start is om 9:30 uur en ik raad je aan zo rond 8:15 in de buurt van het Olympisch Stadion te zijn. Dan heb je de tijd om je om te kleden, een Dixi op te zoeken, je tas af te geven, nog een keer een Dixi op te zoeken en zo tegen 8:45 uur het stadion in te schuifelen. Als je zo vroeg binnen bent heb je nog tijd en ruimte om een beetje warm te lopen. En nog een keer een Dixi op te zoeken, want die staan ook in het stadion. Je zult zien dat de startvakken om 9:15 uur zo goed als gevuld zijn. Probeer je even na 9:00 uur het stadion in te komen, dan heb je dikke kans dat je nog buiten staat als het startschot klinkt. Geen ramp, je tijd begint pas te lopen als je over de start gaat, maar toch; je wordt er onrustig van en mik je op een tijd onder de 3:30, dan wil je niet te ver achteraan beginnen.

Vooral de eerste kilometers is het namelijk nogal druk op het parcours. Het is zelfs niet ongebruikelijk dat je vlak na het verlaten van het stadion bijna stil komt te staan op het punt waar je een bocht van 90 graden maakt de Amstelveenseweg op. Kies met het oog daarop de buitenbocht, liever een paar extra meters dan stilstaan in het gedrang. Hoe verder de marathon vordert, des te meer ruimte er ontstaat op het parcours. De eerste twee drankposten is het nog even goed opletten. Die staan op 5 en op 11 kilometer. Mensen doen de raarste dingen bij zo’n post. Ineens naar rechts (of links) zwenken om een bekertje te pakken of plotseling stil blijven staan om te drinken. Echt. Sorteer 100 of 150 meter voor die posten alvast voor. Met bordjes wordt aangegeven dat er een post aan komt en op dat moment kun jij alvast een beetje aan de kant van de weg gaan lopen.

Dat saaie stuk tussen de Amstel en Oost. Taai. Zorg daar dat je focust op je kilometertijden en hoe dan ook op iets anders dan hoever je nog te lopen hebt. Bijvoorbeeld of je houding nog goed is; rechtop, armen gebruiken, kort grondcontact. Vertel jezelf hoe lekker je bezig bent en voel je iets van vermoeidheid, denk dan aan al die keren dat je stuk bent gegaan in training en het toch hebt afgemaakt. Helemaal mooi is het als je op dit saaie stuk achter iemand aan kan lopen. Figuurlijk vastbijten in die rug en niet loslaten tot je tussen het publiek in Amsterdam-Oost bent. Daar wordt het weer gezellig.

Amsterdam is zo plat als een pannenkoek, maar de hobbel die erin zit, vind je op een tamelijk rottige plek. Net als het ‘alle hens aan dek tot de finish’ is, duik je tussen 36 en 37 kilometer naar beneden onder een viaduct door en krijg je een klim voor de kiezen terug naar straatniveau en vervolgens nog een stukje hoger over de Torontobrug over de Amstel. Je zult veel mensen zien die daar gaan wandelen. Gebruik dat. Denk bij iedere wandelaar die je inhaalt ‘ik niet!’. Herhaal dat tot je boven bent, kleine pasjes maken, niet teveel kracht willen gebruiken. Kom op adem als je weer een stukje daalt. Nog even doorbijten en je bent in het Vondelpark.

Een fout die je niet wilt maken in de laatste vijf kilometer, is teveel focussen op de kilometers die je nog moet. Denk niet aan ‘nog vijf’, ‘nog vier’ of ‘nog drie’ kilometer, maar richt je aandacht steeds op niets anders dan de kilometer voor je. ‘Deze kilometer goed doorkomen’. Dat is alles waar je mee bezig wilt zijn. Pas als je op de Amstelveenseweg bent met nog anderhalve kilometer te gaan, laat je dat los. Je weet nu dat je gaat finishen, geniet daar alvast van, dan neemt je lichaam het over en zul je zien dat je toch nog net iets sneller kunt lopen.

Kijk om je heen als je het stadion inkomt. Hoor de muziek. Die is waarschijnlijk slecht en bombastisch, maar dat geeft niet. Dit is jouw moment. Steek die armen in de lucht voordat je de finish overgaat – is leuk voor de foto. You did it!