Toen ik me ergens in het najaar inschreef voor de Lentemarathon op 2 april dacht ik dat ik die nog best in een aardige tijd zou kunnen lopen. Onder de 3 uur en 10 minuten moest kunnen. Inmiddels heb ik mijn ambities naar beneden bijgesteld en ben ik blij als ik onder de 3 uur en 30 minuten blijf.

Foto: David Stegenga
Wil je plezier blijven houden in het hardlopen, dan is op tijd kunnen bijsturen een handige vaardigheid. Want zoals je misschien ook wel hebt meegemaakt, word je als amateursporter nog wel eens door de werkelijkheid ingehaald. Op die momenten dat de realiteit met een noodgang langs me heen komt blazen, is mijn eerste reactie: erachter aan! Dat leidt tot een bak frustratie en verloren trainingsuren proberen in te halen kan simpelweg niet. Wie het wel probeert heeft een grote kans overtraind of zelfs geblesseerd te raken.

Al vrij snel na de inschrijving kwam ik erachter dat de trainingsuren die ik wilde maken nogal slecht vielen te combineren met schrijven, training geven en de zorg voor onze dochter (baby). Iedere week een lange duurloop op zondag ging al niet lukken. Tenminste niet als ik het thuis gezellig wilde houden en af en toe mijn familie wilde zien. Als ik ging proberen om te gaan rennen als mijn vrouw de babyshift overnam, bleef er weer te weinig tijd om mijn schrijf- en redactiewerk te doen. Improviseren dus en het doel bijstellen naar 3:15.

Een paar maanden geleden was het afgelopen met de onafgebroken nachtrust. De details doen er hier niet toe, maar voor het eerst sinds hele lange tijd had ik weer een nachtleven. Nu alleen niet vanwege overmatig drank- en drugsgebruik, maar vanwege een piepklein mensje dat aandacht nodig had. Een paar weken vond ik dat het best meeviel met de moeheid. Totdat het me tijdens intervaltrainingen ineens veel meer moeite kostte om snelheid te maken. Wat voelde als een kilometer in 3 minuut 15 bleek er een van 3 minuut 35 te zijn. Dus zo’n twee weken geleden moest ik reëel zijn en de streeftijd weer bijstellen. Nu wil ik het in drieëneenhalf uur klaren.

Je zou ook kunnen zeggen: ‘Laat toch lekker schieten die marathon.’ Maar daarvoor vind ik het trainen voor en lopen van marathons veel te leuk. Daarvoor vind ik hardlopen veel te leuk. Als je het een tijd redelijk fanatiek doet bouw je een basis op, waarmee je ver kan komen. Dus zo’n marathon uitlopen lukt wel, ook met minder intensieve training.

Doelen stellen, maakt het lopen nog leuker dan het al is. Die doelen zouden geen eindhaltes moeten zijn, maar tussenstops. Het eigenlijke doel is plezier beleven aan en voldoening halen uit het hardlopen.

En daarom is de kunst van het bijsturen zo belangrijk. Het is helemaal niet zo’n ramp als iets anders loopt dan gepland. Je kunt proberen tegen de klippen op de zaken toch naar jouw hand te zetten, maar dat is vaak onmogelijk en razend frustrerend. Je kunt ook dan maar het bijltje erbij neer gooien. Dat is misschien nog wel frustrerender en kan ervoor zorgen dat je ook geen zin meer hebt om het nog eens te proberen. Of je kunt bijsturen. Blijven gaan, maar met een andere insteek. Dat levert zonder twijfel de meeste voldoening op en je komt niet compleet stil te staan.

Dus blijf ik gewoon lopen en heb ik een volgende marathon in de agenda gezet. De Amsterdam Marathon in oktober ga ik serieus aanvallen!

Tenminste, dat is het plan.