‘Na 500 meter ben ik buiten adem.’ ‘Het doet overal pijn.’ ‘Het lukt me niet om mezelf te motiveren.’ ‘Hardlopen? Daar krijg je blessures van!’

Doodzonde, die hardnekkige misverstanden en vooroordelen die er bestaan over de meest natuurlijke workout die er voor de mens is. Want, je weet zelf, we were born to run! Maar we zitten al zo lang op onze kont. En een dag achter een woudos aanrennen, doen we sinds de komst van winkels ook al niet meer. We zijn zo lui geworden, zo gewend aan comfort, dat die fantastische loopmachine die het lichaam is vaak als een roestig barrel in de garage staat. Het is niet voor niks dat de beste langeafstandslopers uit Afrika komen. Waar kinderen naar school lopen, niet de hele dag zitten te gamen en waar veel mensen fysiek moeten werken om te kunnen eten en drinken.

Als we het dan toch op de heupen krijgen, is het schoenen aan, deur uit en hollen! Helemaal kapot terugkomen en de volgende dag opnieuw of zo getraumatiseerd zijn door een bar slechte loopervaring dat die schoenen meteen weer onder in de kast gaan. Te hard en te veel; daar gaat het vaak mis bij beginnende hardlopers. Wie niet de tijd neemt om rustig op te bouwen, associeert hardlopen met brandende longen, ademtekort, misselijkheid, blessures en frustratie.

Nergens voor nodig! Als je het goed en geduldig (ja, dat kan lastig zijn) aanpakt, klim je ontspannen van twee minuten joggen naar je eerste vijf, je eerste tien kilometer en – voor wie wil – verder.

Heb je die basis gelegd, dan kun je grenzen gaan verleggen. Verder, sneller. Of je houdt het lekker bij je rondje van vijf kilometer, ook prima. Verknal het in ieder geval niet voor jezelf bij de start. Daar doe je jezelf en die mooie oersport tekort mee.