Boston

Dat viel even niet mee. Je reist naar een ander continent om de marathon aller marathons te lopen en tijdens die race zak je volledig door je hoeven. Au! En omdat je van tevoren zo lustig hebt gedeeld over je voorbereiding en je grote plannen voor die race, mag je vervolgens 200 keer gaan uitleggen wat er nu precies misging. Het zal je vast niet verbazen dat ik daar niet heel veel zin in had toen ik met een medaille – wel een hele mooie! – om mijn nek de teleurstelling probeerde weg te relativeren.

Boston. Oh Boston. Wat een prachtige marathon is het. Sinds 1897 wordt ‘ie ieder jaar gelopen, zoveel historie. De inwoners van Boston waren al dolverliefd op hun marathon, na de aanslag in 2013 werd die band zo mogelijk band inniger. Of ze nu iets met hardlopen hebben of niet, ze juichen de deelnemers hartstochtelijk toe en zetten de deuren van hun stad wijd open voor iedereen die voor de marathon naar hun Beantown komt; lopers, toeschouwers, iedereen. Fantastisch om mee te maken.

Zelf kwam ik de donderdagavond voor de marathon laat aan in New York. Daar was ik nog nooit geweest en ik had er via mijn vrouw een logeeradres, dus een mooie gelegenheid iets van die stad te zien. In de twee dagen die ik doorbracht in die slapeloze stad zag ik er iets te veel van. Toen ik zaterdagavond, de volgende ochtend zou ik vroeg met de bus naar Boston reizen, in bed ging liggen voelde ik de vermoeidheid in mijn benen. Ook in Boston wandelde ik net iets te veel op de zondag voor de marathon. Een reeks van vier veel te korte nachtjes en een niet al te nauwgezet voedingsplan deden vermoedelijk de rest.

De Boston Marathon is een indrukwekkende logistieke operatie. Vanuit de stad moeten 35.000 lopers met bussen naar de start in het plaatsje Hopkinton worden gebracht. Dat ging supersoepel. Zelf ging ik minder soepel. Ik voelde dat ik niet in goeden doen was, maar hoopte dat dit gewoon doemdenken was en dat het allemaal reuze zou meevallen als ik eenmaal van start was gegaan.

Het viel niet mee. Voor het tempo dat ik wilde lopen en dat ik de afgelopen maanden in de training fluitend had aangetikt, moest ik in de eerste tien kilometer al mijn best doen. En die eerste tien kilometer van de Boston Marathon zijn downhill. Mijn hartslag zat zo hoog dat ik gewoon niet geloofde dat die cijfers klopten. Doorbeuken, besloot ik. Misschien dat het wonder geschiedt en het na de eerste helft begint te lopen. Niet dat ik zoiets ooit heb meegemaakt tijdens een marathon, maar misschien vandaag?

Die eerste helft liep ik nog onder de anderhalf uur, maar toen na 26 kilometer de vier Newton Hills kwamen verliet alle vermogen mijn lijf. ‘Als een kerel die heuvels over!’, vertelde ik mezelf. Dat lukte een beetje. Maar toen ik over de top van de laatste – Heartbreak Hill – was gejogd sloegen de krampen toe. Milt, kuiten, voeten. Over en uit. Zien te overleven tot de finish. Over die tweede helft deed ik 20 minuten langer dan over de eerste halve marathon. It wasn’t pretty.

Gelukkig kon ik de laatste 800 meter nog de energie opbrengen om in een redelijk tempo Boylston Street op te draaien, het oorverdovende juichen van de toeschouwers te horen en met mijn armen in de lucht over de finish te gaan.

Heel veel mensen in de VS en ver daarbuiten zouden zo graag een keer Boston lopen, maar gaan dat nooit meemaken omdat ze de kwalificatietijd niet halen. Dus om daar te mogen starten is al een privilege. Dat moest ik in de dagen na de marathon even heel goed beseffen. Sowieso, naar de VS te vliegen om daar mee te doen aan een van de mooiste sportevenementen is een geschenk op zich. Ik heb er een felbegeerde medaille, bijbehorend finishers’ shirt en mooie herinneringen aan over gehouden.

Dat ik beter kan, weet ik. In de komende jaren loop ik vast nog wel een keer een tijd die goed genoeg is om aan de start in Hopkinton te mogen verschijnen. Dus Boston: thank you, see you again!

 

Shopping cart

Subtotal
Shipping and discount codes are added at checkout.
Checkout