Met bakken kwam het uit de hemel afgelopen zondag. De hemel smeet de regen op ons neer. Zo was het die hele ochtend geweest en zo zou het nog een paar uur blijven. Toch stonden we met zijn vijven klaar om te gaan hardlopen. En een aardig stuk ook, 28 kilometer. Wat een fijne duurloop werd het.

Foto: Annemarie Dekker

In de herfst roept zo’n regenbui minder hard ‘kom op, we gaan een eindje rennen’. Als het nog donker is en je hoort de regen ruisen, blijf je liever binnen. Maar dat doe je niet. Je weet namelijk dat als je er eenmaal in loopt, helemaal zo erg niet is. En je weet nog beter dat je je fantastisch voelt als je thuis komt en over jezelf bent heen gestapt.

Je bed is nooit warmer dan op een kille ochtend in januari als je denkt de keuze te hebben tussen nog een uur in bed of naar buiten om te lopen. Maar heb je het een paar keer licht zien worden op zo’n wintermorgen, dan weet je dat je helemaal geen keuze hebt. Je gaat, want je weet dat er goud op je ligt te wachten.

Vanochtend vroeg liep ik de opkomende zon tegemoet. Zachtgeel licht boven een wakker wordende stad. Zo’n ochtend dat je na een halve kilometer ineens niet meer voelt dat je net nog zware benen had. Dat pasfrequentie en ademhaling elkaar omhelzen, dat je wel kan juichen.