Toen ik een jaar of acht was, kreeg ik van onze overbuurman Klaas Betten een boek over de Europa Cup-avonturen van Ajax begin jaren zeventig. Zwartwit foto’s van mannen met lange haren en gekke korte broekjes. Verslagen van Herman Kuiphof van de internationale bekertoernooien waarin Ajax drie jaar achter elkaar de beste van Europa was. Verhalen over Johan Cruyff.

Magisch vond ik het. Daar ontstond mijn liefde voor Ajax. In die tijd speelden daar onder anderen John van ’t Schip, Gerald Vanenburg, Frank Rijkaard en ene Marco van Basten. Het was voor mij volstrekt ondenkbaar dat je niet voor Ajax was. Mijn broer Arie en ik waren dat dan ook met hart en ziel.

In 1983 ging Cruyff naar Feyenoord. Hij trok dat shirt met Gouden Gids erop aan en maakte de Rotterdammers kampioen. Om Ajax te pesten. Als 8/9-jarige jongen heb je nog totaal geen weet van de door en door verrotte wereld achter de schermen van het profvoetbal, dus snap je dat soort dingen niet. Hoe kon je nu niet voor Ajax zijn? Cruyff was nota bene zo’n beetje opgegroeid in De Meer! Gelukkig hadden wij Van Basten en Rijkaard. En werden wij het jaar erop weer kampioen.

En natuurlijk kwam hij terug naar Ajax. Dat zou hij blijven doen. Meestal ging hij weg met ruzie. Cruyff boos, Ajax boos, ik boos. Misschien had hij wel steeds gelijk. Maar hoe kon je nou niet voor Ajax zijn?

Ik hoopte altijd dat het goed kwam en dat hij ons weer zou komen redden. En even leek het erop dat dit zou gebeuren. Maar wie vandaag Ajax ziet spelen moet vaststellen dat er van een Cruyff-revolutie op het veld geen sprake is en dat de oud-voetballers in de clubleiding niet per se liefhebbers van oogstrelend en puur aanvallend voetbal zijn. Cruyff-revolutie? Dacht het niet. Wel jammer. Ik mis Cruyff-voetbal bij Ajax.

Gisteren zou Cruyff 69 geworden zijn. Om daarbij stil te staan hadden de mensen achter hardloopmagazine Losse Veter bedacht hoe mooi het zou zijn om op die dag veertien – da’s logisch – kilometer hard te lopen langs de Cruyff-plekken in Amsterdam. Beginnend in de wijk waar vroeger Stadion De Meer lag, over de Johan Cruyffbrug naar Johans oude woonhuis in de Akkerstraat, langs een Cruyff Court, langs het Cruyff Institute en finishend in het Olympisch Stadion. Het was fantastisch. De Johan Cruyff Foundation, atletiekvereniging Phanos en Losse Veter stampten het in een paar dagen uit de grond.

Voor mij kwamen twee liefdes samen: hardlopen en Johan Cruyff. Ik hoop dat het een terugkerend evenement wordt. De verjaardag van El Salvador wil ik ieder jaar wil vieren en het allerliefst doe ik dat hardlopend.