We gaan toch niet weer dat positieve gedoe doen he?!

Zo kwam enige tijd geleden een client van mij de
kamer binnen. Daar sta je dan, maandag om 9 uur ’s ochtends, eerste kopje
koffie nog niet naar binnen kunnen werken en de week is net pas begonnen. Hup,
geen tijd om rustig wakker te worden, gelijk schakelen en op inspelen. Gelukkig
knipoogde de client naar mij en toen hij zag dat ik toch echt even tijd nodig
had om te schakelen, begon hij heel hard te lachen.

Wat was er nou gebeurd?
De week ervoor hadden we stil gestaan bij o.a. de uitspraak ‘alles gaat slecht,
ik kan niks en heb geen controle’. Alles en niks zijn toch best wel flinke
statements waarbij ik mij dan afvraag of je echt ‘niks’ kunt en ‘alles’ slecht
is of dat het wat genuanceerd kan worden. Dit bleek na enige gesprek inderdaad
het geval waarbij wij hadden besproken dat hij thuis hier wat mee zou gaan
oefenen. Dit had hij ook zo gedaan en zodoende begon ons gesprek over wat de
invloed van dat ‘positieve gedoe’ was en kwamen wij via een omweg terecht bij wat
positieve psychologie inhoudt.

Positieve psychologie; in het kort

Positieve psychologie
heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkelt vanuit, wat je zou kunnen noemen,
een tegenbeweging. Lange tijd heeft de psychologie zich gefocust op
ziektebeelden en het op zoek gaan naar manieren om deze voorkomende
ziektebeelden te kunnen genezen en in enige mate te kunnen beinvloeden. De
positieve psychologie is ontwikkelt door Martin Seligman en Mihaly Csikszentmihalyi
(1998 gepresenteerd aan de American Psychology Association), waarbij het eerste
doel van de positieve psychologie is dat psychologie zich net zoveel bezig zou
moeten houden met menselijke kracht als het bezig is met menselijke zwakte. Het
zou zich net zo bezig moeten houden met het ontwikkelen van iemands sterke
punten als met het repareren van schade. Het zou geinteresseerd moeten zijn in
de beste dingen van het leven en het zou net zo bezig moeten zijn om de levens
van ‘normale’ mensen meer voldoening te laten schenken en met het ontwikkelen
van talent of meer getalenteerde mensen. Middels het uitvoeren van allerlei
onderzoek (daar ga ik je hier niet mee vermoeien, maar als je interesse hebt,
kan ik je allerlei artikele toesturen waarin je meer informatie kunt vinden) in
de afgelopen 10 jaar is deze stroming binnen de psychologie zich verder gaan ontwikkelen
en zijn er factoren naar voren gekomen waarop extreem gelukkige mensen
verschillen van erg ongelukkige mensen. Deze groep is niet religieuzer of
fitter. Zij hebben niet meer goede gebeurtenissen en minder slechte
gebeurtenissen in hun leven dan anderen.

Hetgeen waar zij enorm op
verschillen zijn de volgende punten:

1.
Plezier: zij zijn
in staat om plezier te ervaren en weten manieren te vinden om dit gevoel te
versterken. Het ervaren van positieve emotie is echter voor een deel erfelijk
bepaald en daarnaast went positieve emotie. Bijvoorbeeld, het eerste hapje ijs
is heerlijk, maar na een aantal happen of dagen ijs eten, neemt de
bijzonderheid toch wat af.

2.
Flow (staat
van betrokkenheid bv. bij een taak): Zij zijn in staat om daarnaast een staat
van ‘flow’ te bereiken. Plezier bestaat uit rauwe gevoelens, je hebt door dat
het gebeurt. Het is een gedachte en een gevoel. Maar als je je bevindt in een
staat van flow, dan voel je eigenlijk niks. Je bent 1 met de muziek, de tijd
stopt, je bent in een toestand van intense concentratie. Hoe kun je hier komen?
Weten wat je sterke punten zijn, om vervolgens je leven zo in te delen dat je
deze zoveel mogelijk gebruikt. Je kan je werk, je liefdesleven, je spel, je
vriendschap en je ouderschap herindelen. Dit levert je niet alleen plezier op,
je bereikt meer. Dus bijvoorbeeld: je loopt Vondelgym binnen, begint aan je
work out en voor je gevoel even later kijk je op de klok en is het opeens
anderhalf uur later.

3.
Betekenisgeving:
Zij hebben inzicht in, en kennen hun sterkste punten en kunnen ze gebruiken om
bij iets groters dan zichzelf te horen, bv. een organisatie, stroming of
bepaalde groep. Hoe? Door het inzetten van de sterke punten niet alleen voor zichzelf
maar ook voor anderen. Het blijkt dat mensen welke dit in meerdere mate doen,
over een langere periode een voldoen gevoel ervaarde ten opzichte van een
‘lolletje’ maken.

Het nastreven van
betekenisgeving lijkt uit onderzoek de belangrijkste bijdrage te zijn in een
plezierig/gelukkig leven. Het nastreven van betrokkenheid (flow) lijkt op een
bijna gedeelde eerste plek te staan. Als je de laatste twee hebt en dan nog
plezier erbij, dan is het de kers op de taart.

Extreem gelukkige mensen
passen dus plezier, betrokkenheid (flow) en betekenisgeving toe op hun eigen
leven. Kun je hiermee stellen dat je controle hebt over je eigen geluk en dat je
eigen productiviteit en effectiviteit kunt zien als een uitkomst van de drie?
Jazeker. Dus is al dat positieve gedoe nodig? Absoluut.

 

Herken jij jezelf of iemand anders hier ook
in en kun je nog wat aanvullende tips gebruiken?
Ik ben benieuwd!

Liefs,

Ayeh