Het is zover. Het principe van de verminderende meeropbrengst doet zich gelden. Gewoon harder trainen gaat me niet meer verder helpen. Voortaan gaat het bij deze hardlopende veertiger om de details.

Een mooie tijd was het. Vrijwel iedere keer als ik meedeed aan een 10 kilometerloop, een halve marathon of zelfs de hele, liep ik een pr. Zo ging dat vier jaar lang, van hoogtepunt naar hoogtepunt. Minuten liep ik van mijn besttijden af. Dat was niet zo heel vreemd. Toen ik mijn eerste halve marathon liep, was ik nog geen vier maanden gestopt met roken. Die halve deed ik destijds in 1:49, een maand later liep ik daar tien minuten vanaf en zo ging dat steeds door (staat nu op 1:24). Wat een kick.

Iets volhouden is makkelijker als je op gezette tijden beloond wordt. De hond krijgt het koekje, de dolfijn de vis en de hardloper een pr. Daarom geeft beginnen met sporten ook zoveel voldoening. Je voelt jezelf fitter worden, het zelfvertrouwen groeit, je gaat met sprongen vooruit. Net als wanneer je stopt met roken of drinken, drijf je die eerste periode op de voelbare resultaten en op euforie. Euforie over het lekker bezig zijn.

Afgelopen najaar stokte bij mij de pr-machine. De laatste Amsterdam Marathon was mijn zesde marathon en de eerste waarbij ik niet de tijd van de vorige verbeterde. In januari liep ik een 10 kilometer en ik kwam niet eens in de buurt van mijn pr. Het houdt natuurlijk een keer op. En dan?

Als trainen zoals je steeds gewend was niet meer automatisch leidt tot steeds betere resultaten, worden de kleine dingetjes belangrijk. En als die dingetjes zo belangrijk zijn dat ze je verder helpen, zijn ze blijkbaar niet zo klein. Laat staan dingetjes.

Wat zijn die dingen? Wat zijn de details die me verder moeten helpen? Ik geloof namelijk wel degelijk dat ik mijn tijden nog kan verbeteren. Mijn vrouw twijfelt niet: “Je adem.” Volgens haar adem ik al na een paar kilometer te oppervlakkig. Daardoor zit ik ook sneller aan een hoge hartslag en daarmee raas ik veel te snel door mijn brandstofvoorraad heen. Dat is de rode loper uitrollen voor de man met de hamer. “Hoe leer ik dat dan?” “Yoga.”

Dat brengt me bij het volgende detail: lenigheid. Van hardlopen word je zo stijf als een plank. Als je niet de tijd neemt om goed te stretchen na je training, ga je daar last van krijgen en die last kan zich vertalen in blessures. Beter leren ademen en soepeler worden? Again: yoga.

Voeding is natuurlijk van levensbelang: als brandstof, als bouwstof en om te herstellen. Slaap! Goed luisteren naar je lichaam. Het is verleidelijk om je trainingsschema tot heilig geschrift te verheffen en exact te doen wat er op dat schema staat. Maar ga je een intervaltraining lopen, terwijl je eigenlijk te moe bent, dan doe je meer kwaad dan goed.

Wat je natuurlijk op ‘zekere leeftijd’ ook onder ogen moet gaan zien, is dat het moment nadert waarop je helemaal geen tijden meer verbetert. Ben ik bang voor dat moment? Nee, al zal het best even steken. Nu kan ik nog volop genieten van een strakke tijd, maar het echte goud heb ik al gevonden. De schat is het hardlopen zelf. En dat wil ik nog heel lang blijven doen.