Als hardloper moet je zeker niet meer dan twee marathons per jaar lopen, liefst met zes maanden tussen de eerste en de tweede. Dan heeft je lichaam voldoende tijd om te herstellen van de eerste en is er genoeg tijd om rustig op te bouwen naar de tweede. Dat is een algemeen geaccepteerde hardloopwijsheid. Twee marathons per jaar is trouwens al best veel.

Als trainer zou ik iemand niet aanraden het anders te doen. Het trainen voor en lopen van een marathon is een behoorlijke aanslag op je lichaam. De meeste lopers zou ik zelfs adviseren het bij een marathon per jaar te houden. Focus je voor de rest van het jaar lekker op andere, kortere afstanden. Hou het fris!

Zelf heb ik me niet altijd aan bovenstaande stelregels gehouden en ik sta op het punt me daar weer niet aan te houden. Ik liep eind mei een marathon in Leiden, half september nog eentje in Berlijn en op 21 oktober staat de Amsterdam Marathon op het programma. Dat zijn er drie binnen een half jaar. Zo zou ik het zeker niet nog een keer plannen, maar soms doen zich mogelijkheden voor die je niet wilt laten lopen en loop je dus.

Zo vlak na Berlijn nog een marathon lopen, zou ik niet doen als ik het als heel risicovol inschatte. Ik had me vlak voor Berlijn voorgenomen dat als ik er goed doorheen kwam, ik Amsterdam erachter aan ging plakken. Als ik volledig gesloopt uit Berlijn was gekomen, had ik een streep door Amsterdam gezet. Maar zoals je hier kunt lezen, liep Berlijn als een zonnetje en voelde ik me kiplekker. Het is heel anders als je de laatste tien kilometer van een marathon moet harken om de finish te halen, als je spieren verkrampen en de man met de hamer je de kracht uit de poten, het licht uit de ogen en de lucht uit de longen heeft geslagen.

Wat mede bepaalt of je meerdere marathons in korte tijd kunt lopen, is het aantal kilometers dat je in de benen hebt. Ben je gewend om al jaren een paar duizend kilometer per jaar te lopen, dan zijn je spieren en pezen gewend aan de belasting van het lopen. Dan schrikt je lichaam minder van een marathon en herstel je over het algemeen makkelijker.

Na de finish in Berlijn restten mij nog vijf weken voor de start in het Olympisch Stadion. Dat betekende een week rust, een week opbouwen, twee weken voluit trainen en een week taperen. Die korte taper heeft te maken met de manier waarop ik momenteel aan het trainen ben; namelijk volgens het principe van Energy Control – minder kilometers, hoge intensiteit, alles op hartslag. Dat schema volg ik nu tussen de marathons in nog steeds. Het mooie van op hartslag trainen is dat je een heel goed inzicht krijgt in hoe je lijf ervoor staat. De eerste twee trainingen na Berlijn kon ik duidelijk zien dat mijn hartslag veel sneller hoog zat dan in de periode voor die marathon. Afgelopen maandag ging het alweer een stuk beter.

Als je marathons dicht op elkaar loopt, hoef je er niet op te rekenen dat je twee keer een toptijd loopt. Die tweede zal vermoedelijk langzamer zijn. Maar wat maakt het uit. Als je die op een lager tempo wel goed kunt finishen is het mooi genoeg. Toch?

Marathons lopen is prachtig. Maar wees verstandig en marathon met mate. Volg niet mijn voorbeeld.