Heb je wel eens geprobeerd om al hardlopend een bekertje leeg te drinken? Een deel in je nek, een deel op je shirt en drie druppels op de plaats van bestemming. En als het om water gaat, valt het mee wat het ergenisniveau betreft, sportdrank is vervelender; één grote plakbende.

Voor ik mijn eerste marathon liep, las ik ergens dat je die bekertjes tot een tuit moet knijpen om zoveel mogelijk binnen te krijgen. Vaak geprobeerd, maar dat lijkt een advies dat achter een bureau is verzonnen. Voordat je zo’n bekertje met goed fatsoen kan toeknijpen, moet je er toch echt al wel een flinke slok uit genomen hebben en juist die eerste slok is problematisch.

Misschien ligt het gewoon aan mij. Kan heel goed, want ik ben nogal onhandig. Maar toch, stel dat je wel een ontzettend bedreven bekertjesdrinker op snelheid bent en de hele inhoud op de daarvoor bestemde plaats weet te lozen, dan krijg je nog nauwelijks iets binnen. Zelfs als je bij iedere verzorgingspost – bij grote evenementen vaak om de vijf kilometer – een heel bekertje naar binnen slamt, krijg je minder vocht binnen dan de wetenschap zegt dat je nodig hebt.

Rondje in de woestijn van Judea, mei 2015.

En om het allemaal nog een stapje moeilijker te maken, zegt die wetenschap ook nog eens dat je naarmate je harder loopt meer moet drinken. Ik neem even de marathon als uitgangspunt, omdat het op de moeder aller afstanden het belangrijkst is om je voorraden aan te vullen, zodat je fatsoenlijk de eindstreep kunt bereiken. Loop jij een marathon in minder dan vier uur dan moet je volgens de Association of International Marathons and Distance Races (AIMS) per uur dat je bezig bent ruim een liter vocht nuttigen. Finish je tussen de vier en vijf uur, dan dien je 750 ml per uur te drinken en doe je er langer dan vijf uur over, dan kun je het af met 500-600 ml per uur.

Natuurlijk zijn dit een soort standaardadviezen en verschilt het per persoon, maar de in hardlopen gespecialiseerde medici zuigen het niet uit hun duim. Leuk die getallen, maar de centrale vraag blijft: HOE DAN? Een liter: dat zijn zo’n beetje vijf van die lullige bekertjes per uur.

Elitelopers hoeven zich over dit soort recreantenproblemen niet druk te maken. Voor de echte snelle dames en heren staan de bidons, per loper genummerd, om de 5 kilometer klaar. Precies de goede hoeveelheid vocht, elektrolyten en koolhydraten keurig gemengd in een handige knijpfles. Die wel gemaakt is om rennend uit te drinken.

De gewone sterveling moet zich er of maar bij neerleggen dat hij eindigt met een vochttekort en het daarbij horende tempoverlies. Of hij moet een stuk of wat lieve vrienden of familieleden hebben die op strategische punten met flesjes en bidons langs de kant staan. Ideaal, want dan kun je ook nog eens je sportdrank kiezen en ben je niet aangewezen op de drinks van de organisatie. Vrienden maken dus in je voorbereiding!