Wie zichzelf wil motiveren om te blijven hardlopen, doet er goed aan om een doel te hebben. Bijvoorbeeld jezelf inschrijven voor een wedstrijd. Als je weet waarvoor je het doet, is het net wat makkelijker om uit bed of van de bank te komen. Dat zeg ik altijd tegen mensen. Zelf loop ik nu al sinds de Rotterdam Marathon tamelijk doelloos rond.

Geen schema, geen grootse hardloopplannen in het verschiet. Ik loop wanneer het kan. Vlak voor de geboorte van mijn dochter dacht ik nog dat ik eind deze maand tijdens de Midzomernachtcross in het Amsterdamse Bos wel een scherpe tijd neer zou kunnen zetten. Dat is maar 16 kilometer. Daar hoef je geen ellenlange trainingssessies voor te draaien, dus dat moest kunnen. Dacht ik.

Zoals dat met de realiteit wel vaker het geval is, blijkt zij ook nu anders dan vooraf gedacht. Een kilometer of vijftig, zestig hardlopen in de week lukt wel. Maar van een van de belangrijkste trainingsingrediënten krijg ik te weinig: rust. Wie hard wil lopen, moet hard rusten, veel slapen.

Dat zet me aan het denken over doelen, over dingen die ik nog wil in mijn hardlopersleven. Die wil ik graag met je delen.

Een marathon onder de drie uur lopen. Op dit moment kan ik daar niet genoeg voor trainen en daar heb ik nu ook geen zin in, maar de wens leeft nog. De Boston Marathon lopen. Oh, ik zou zo graag eens aan de start van ‘the marathoners marathon’ staan. En dan de Comrades Marathon, een 89 kilometer lang volksfeest in Zuid-Afrika. Zuid-Afrika. In het land waar ik begon met hardlopen en mijn leven een nieuwe wending kreeg, zou ik ook heel graag de Two Oceans Marathon (56 km) lopen!

Honderd kilometer hardlopen, wil ik ook een keer doen. Eerst in rondjes van tien kilometer tijdens RUN Winschoten. En als dat gelukt is, hoop ik dat Bertus nog steeds in augustus een trailrun van 100 km uitzet over de Sallandse Heuvelrug. En…

Er valt nog veel te lopen en nog veel meer te dromen. Wat een rijkdom eigenlijk.