Floyd Mayweather zou aan zijn match tegen Conor McGregor in totaal zo’n 200 miljoen dollar hebben verdiend. De Ier heeft volgens sommige berekeningen 70 miljoen opgehaald. Kilian Jornet, Zach Miller, Tofol Castenyer, Ryan Sandes, Jim Walmsley, Tim Tollefson, Sage Canaday en nog wat top-trailrunners strijden morgen (1 september) om de winst in de Ultra Trail de Mont-Blanc. Meer dan 160 kilometer hardlopen, dik 9500 hoogtemeters zien te overwinnen. De winnaar krijgt…een medaille.

Zach Miller aan het werk. (Photo: Miro Cerqueira | Prozis Trail Running)

De eerder genoemde Zach Miller werkt en leeft in een blokhut hoog in de Rocky Mountains. Daar bakt hij pannenkoeken en kookt hij spaghetti voor de bezoekers van Barr Camp, zo heet het terrein rond de blokhut. Barr Camp wordt bezocht door wandelaars en bergbeklimmers die vanuit daar verder klimmen naar Pikes Peak op ruim vier kilometer hoogte. In ruil voor zijn werkzaamheden krijgt Miller kost en inwoning, maar bovenal tijd om te trainen.

Om te presteren op het niveau van Miller en andere elite-trailers moet je wekelijks honderden kilometers trainen en zoveel mogelijk tijd doorbrengen in de bergen. Kei- en keihard werken. Leven voor de sport, terwijl je weet dat je er nooit rijk van gaat worden. Wat deze mannen drijft is liefde. Liefde voor hardlopen, liefde voor de bergen, voor de natuur. Zeker, ze willen ook wedstrijden winnen, maar voor de ‘glory and the fame’ hoef je het niet te doen in deze tak van sport.

Met verwondering heb ik gekeken naar het circus rond Mayweather en McGregor. Die persconferenties, die praatjes. Die idiote hoeveelheid geld die zo’n theaterstuk genereert. Allemaal om bevestigd te zien dat boksen toch echt een vak is. Natuurlijk was ik ook benieuwd of Conor misschien toch… Maar nee, natuurlijk niet. MMA-vechter McGregor zou misschien best een boksmatch tegen een goede bokser kunnen winnen, maar echt niet van de beste ter wereld. Dat wist eigenlijk iedereen, maar toch zijn er aardig wat mensen nog een stuk rijker van geworden.

Hoe anders is dan het geploeter en gezweet buiten het oog van de camera’s. Van mannen en vrouwen die vaak nog moeten werken naast hun sport. Die de eindjes aan elkaar moeten knopen om überhaupt mee te kunnen doen aan wedstrijden. Wedstrijden die soms wel 24 uur duren en die het bovenmenselijke van een lichaam vragen. Een wereld van verschil.

Voor aanvang van de Western States 100, de meest prestigieuze trailwedstrijd in de VS, had Jim Walmsley geroepen dat hij niet alleen de wedstrijd wilde winnen, maar ook het parcoursrecord (14u46m44s) wilde verbreken. De trailwereld sprak er schande van. Het was respectloos en arrogant, zo luidde het vonnis. Zo sprak je niet over je tegenstanders of over het 160 kilometer lange parcours door de Californische bergen. Walmsley deed een McGregor-tje; daar was men in het trailrunning nog niet aan toe.

Met het populairder worden van trailrunning stroomt er langzaam maar zeker meer geld naar de sport. Het effect daarvan werd al snel duidelijk: de eerste dopinggevallen. Zo gek als de kermis rond Mayweather en McGregor zal het niet worden. Daar leent de sport zich niet voor. Langeafstandslopen is hard werken. Alleen. In regen, wind, kou en donker. De beloning is het lopen zelf. Mooier wordt het niet.