De hond die steeds maar weer blijft happen naar de benen van de hardlopende hoofdpersoon in John Irvings roman Last Night In Twisted River moet het met de dood bekopen. Dat is wat extreem, maar agressieve of wild op mij afstormende honden wens ik weinig goeds toe. En dat terwijl ik best van honden hou.

Het is vooral op vakantie dat honden een terugkerend en hinderlijk thema vormen tijdens mijn loopjes. Het weer is mooi, het landschap glooiend, na de run wacht geen werk en de endorfine vloeit rijkelijk; het kan niet op. Totdat enkele tientallen meters verderop geblaf klinkt. Dan komen de zorgen; zit ‘ie achter een hek? Ligt ‘ie aan de ketting? Is er een baasje in de buurt? Is ‘ie vals?

Tijdens een loopje in Amsterdam kom ik waarschijnlijk drie keer zoveel honden tegen als waar dan ook op een vakantierun. Maar die Mokumer viervoeters vrees ik niet. Daarvan weet ik dat ze gewend zijn aan hardlopers. Ze lopen vaak nog aan de lijn en hun baasjes zijn vrijwel altijd in het zicht, klaar om in te grijpen wanneer dat nodig is. Voor zo’n onverzorgd exemplaar in de Egyptische woestijn, zo’n bewaker van een Toscaans erf of een Portugese sinaasappelfarm steek ik mijn hand niet in het vuur.

Mijn wantrouwen voor deze warmbloedige roofdieren wordt nog eens gevoed door de norse blikken van hun eigenaren. Zien die een schaars geklede, hevig zwetende toerist voorbij draven, dan kan een groet er zelden af. ‘Welke idioot gaan nu in deze temperatuur voor z’n lol langs de weg draven? Niks beters te doen? Je bent toch op vakantie, rust dan uit!?’ Lees ik aan de gezichten af. En als dat baasje al niet gecharmeerd is van die loper in dat veel te flitsende outfitje en die moeilijke sportbril, waarom zou zijn hond dan overlopen van warme gevoelens? Precies.

Het is tot nu toe nog altijd goed afgelopen. In Egypte heb ik wel eens stenen moeten gooien om de zwerfhonden op een afstandje te houden. Een paar dagen geleden heb ik een stuk moeten wandelen om een schapenhoedend exemplaar niet het verkeerde idee te geven en een paar keer was ik dichtbij een hartverzakking omdat zo’n woest blaffend monster ongehinderd de weg op kon lopen. Oh ja, vandaag werd ik twintig meter achtervolgd, maar dat arme beest had maar drie poten. Maar toch: ik ken ook verhalen van lopers die wel zijn gebeten.

Wat is wijsheid? Wat moet je doen als er een hond op je af komt stormen of achter je aan komt rennen? Tegen al je instincten in, moet je ten eerste blijven staan. Wegrennen stimuleert het jachtinstinct. Blijf staan en kijk de hond niet direct aan. Draai langzaam je zijkant naar de hond toe. Als het even mee zit is inmiddels het baasje ter plaatse om jou van het dier te verlossen. Je kunt op een gegeven moment rustig weglopen, wacht nog even met rennen. Als je uit zicht bent loop je lekker verder. Ongedeerd.

De hardloper in het boek van Irving ging op pad met twee squashrackets waarvan hij het blad had afgezaagd. Zo hield hij twee handzame knuppels over, waarmee hij zijn behaarde kwelgeest flink op de neus kon raken. Toen dat en herhaalde verzoeken aan het baasje niet bleken te helpen, ging hij over tot een zwaardere maatregel. Wil je weten wat hij deed, dan raad ik je aan het boek van John Irving te lezen. Wat ik je niet aanraad is hetzelfde te doen.

De vrees voor een paar tanden in mijn been heeft me nog nooit weerhouden om te gaan rennen. Ook ben ik seconden na een ‘close encounter of the canine kind’ de vrees alweer kwijt en geniet ik volop van de omstandigheden waarin ik loop. Zo is het ook wel weer. De hardloper wint.