Ergens in november begon er bij mijn rechterknie iets te zeuren. Daar liep ik eerst in volle ontkenning doorheen, maar wat eerst een zacht zeurderig stemmetje was, werd tijdens een duurloop-tegen-beter-weten-in een harde schreeuw: kappen met rennen! Ik moest de tram terug naar huis nemen en ik stelde voor mezelf vast dat het nu officieel was: geblesseerd.

Inmiddels loop ik weer. De lengte van mijn duurlopen is net weer boven de 20 kilometer geklommen en ik loop weer intervallen en tempo’s. Heel fijn.

Best leerzaam zo’n overbelastingsblessure, want dat is het – 98 procent van alle hardloopblessures heeft met overbelasting te maken, dus dat mag geen verrassing zijn. Bij mij kwam het doordat ik na de Amsterdam Marathon in oktober iets te enthousiast weer kilometers ging stapelen om in december nog een marathon te lopen. Toen ik in dat proces op een herfstachtige avond tien kilometer door een drassig weiland ging lopen, werd het mijn gestel te veel. Irritatie van de pezen en spieren die van de knie naar de heup lopen, wat zich manifesteert in een pijnlijke knie. De welbekende runner’s knee.

Op zich kan mijn lijf het best aan, veel kilometers maken. Maar dan moet ik wel meer doen dan alleen lopen. Ik moet regelmatig en goed stretchen én ik moet zorgen dat mijn hele lichaam meewerkt aan het opvangen van de belasting die hardlopen met zich meebrengt; krachttraining.

Mijn herstel begon met een paar hardlooploze weken en een bezoek aan de fysiotherapeut. Die gaf me oefeningen mee voor core en benen; om te werken aan kracht en balans. Verder ben ik braaf een keer in de week krachttraining gaan doen, soms twee keer. Vorige week heb ik weer eens een yoga-les gevolgd. Heel goed voor kracht, lenigheid en balans. Dat wil ik dan ook blijven doen. Voor mij is een paar minuutjes even snel stretchen na het lopen niet genoeg. Ook heb ik besloten in mijn nieuwe zorgverzekering een ‘abonnement’ op de fysio te nemen. Kneden, dry needling, pijntjes bespreken voordat ze problematisch worden.

Het laatste ingrediënt van mijn herstel is een zuinig kilometerdieet. Waar ik in de voorbereiding op eerdere marathons liefst vijf of zes duurlopen van meer dan 30 kilometer liep, worden dat er in de aanloop naar mijn eerstvolgende marathon hooguit twee. Ik sluit niet uit dat ik in de toekomst wel weer wat meer duurlopen van drie uur of meer loop, maar dat is nu nog niet verantwoord. Denk ik aan te voelen. Oh ja: die volgende marathon is die van Leiden, eind mei, nog twee maanden.

Zo loop ik – als alles goed blijft gaan – ruim een half jaar na dat deprimerende tramritje weer een marathon. Natuurlijk is de aanpak van een blessure heel persoonlijk, omdat ieder lichaam anders is én omdat blessuregeschiedenis en je sportverleden ook meewegen. Maar ik geloof wel dat in de route die ik de afgelopen maanden volgde en nog volg een paar algemene lessen te vinden zijn. Ga niet zelf lopen klooien en raadpleeg een professional. Besteed aandacht aan zaken om het lopen heen (krachttraining, core balance, stretchen). Wees geduldig.