Het mag dan net februari zijn, ineens was daar het moment dat we weer blootsbeens konden gaan hardlopen. Misschien nog iets te vroeg om van een naderende lente te spreken, maar een voorproefje kregen we wel alvast. Heel lang duurt het niet meer voordat de harde kern van all year runners in parken, op stranden en fietspaden weer gezelschap krijgt van hordes mooiweerlopers. En omdat het wel leuk moet blijven, kan een bespreking van wat fatsoensregels geen kwaad.

Foto: Sukru Mese
Snot. Laten we maar met de deur in huis vallen. Als je gaat hardlopen, begint om een voor mij onverklaarbare reden de neus ook te lopen. Hardlopers – net als voetballers en wielrenners – hebben een niet erg smakelijke oplossing voor dat overschot aan neusvocht: een neusgat dichthouden en met kracht lucht blazen door het andere, aldus een zogeheten ‘snot rocket’ creërend. Ja, is vies, maar wat mot, dat mot.

Een paar dingen over de snot rocket. Loop je samen met anderen, blaas dan altijd weg van andere lopers. Niet proberen voor iemand langs te lanceren! Lukt vaak niet. Probeer verder een beetje discreet te zijn; kijk even om je heen of er niet net iemand aan komt fietsen en blaas dan ‘your load’. Laatste tip, zeker voor de beginnende snot rocketeer; veeg even na. Het is nogal onsmakelijk en gênant als er nog wat aan je neus hangt.

Gas. Hardlopen kan een stimulerend effect op de darmen hebben. Zeker als je een beetje snelheid maakt. In het ergste geval moet je gedwongen de bosjes in en hoop ik voor je dat je aan wc-papier had gedacht. In minder ernstige, maar vaker voorkomende gevallen, is het lucht die een weg naar buiten zoekt. Geen probleem als je alleen in bos en veld loopt, maar loop je in een groepje dan is dit best balen. Daar hebben hardlopers een oplossing voor. We zwijgen het dood. We’ve all been there, we voelen je pijn; geen reden om die te verergeren.

Uit de wind lopen is fijn en zeker tijdens een wedstrijd is het slim om achter iemand te kruipen die de wind voor je vangt. Doe dat niet tijdens je rondje door het park. Dat is raar en soms ronduit bedreigend. Het is okay als je iemand inhaalt om heel even in de slipstream van je voorganger te hangen, voordat je erlangs gaat, maar dan heb ik het over seconden. Blijf als man in de avonduren niet minutenlang achter een vrouw hangen. Voor je het weet word je aan het eind van het rondje in de boeien geslagen of lig je kermend op de grond met ogen vol peperspray. En terecht!

Een jaarlijks terugkerend discussieonderwerp is aan welke kant van de weg je hoort te lopen. Loop je als hardloper tegen het verkeer in, zodat je auto’s en ander verkeer ziet aankomen of loop je met het verkeer mee? Daar is geen regel voor, vandaar dat het onderwerp van debat blijft. Het komt erop neer dat je als loper mag kiezen aan welke kant je loopt en dat verschilt natuurlijk per verkeerssituatie: brede of smalle weg, wel of geen straatverlichting, wel of geen gemotoriseerd verkeer. Zelf loop ik in parken of op fietspaden gewoon met het verkeer mee. Loop ik op een weg waar ook auto’s rijden, dan vind ik het prettig om het verkeer te kunnen zien aankomen. Als er trouwens een stoep of voetpad naast een fietspad ligt, daar ben je als hardloper verplicht om op het voetgangersgedeelte te lopen. Al ben je misschien sneller dan sommige fietsers.

En dan is er nog het groeten. Buiten de stad is het heel normaal om andere lopers te begroeten met een kort knikje of een mini-zwaai. In Amsterdam ligt het eraan waar je loopt of er wordt gegroet. Het Vondelpark lijkt bijvoorbeeld een ‘no greeting area’, het Sloterpark en het Westerpark zijn al wat groetiger. Hoe het vooral bij een knikje, want de ervaring leert dat een gesproken groet er al rennend niet altijd even lekker uit komt. Te hard of met overslaande stem. Beter oefen je dat knikje. Dat gooi je erin vlak voordat je elkaar passeert.

Ga niet al vijftig meter voor dat moment oogcontact zoeken. Dat is ongemakkelijk en in veel gevallen ronduit ongewenst. En dat willen we niet, want zoals ik aan het begin al schreef: het moet wel leuk blijven!