“Goedemorgen, alles goed?”, roept mijn hardloopvriend in het Westerpark. Geen idee wie de man is, maar sinds een paar weken groeten we elkaar in het voorbijgaan allerhartelijkst. We lopen allebei vaak hard in West, daarom.

Hardlopen kent een groet-etiquette. Dat groeten heeft soms een praktische functie. Als je ’s ochtends of ’s avonds in een donker park of over een afgelegen landweggetje een andere hardloper vanachter nadert, dient het groeten als je de andere loper inhaalt als geruststelling: “Vrees niet, ik kom je niet vermoorden met een vleeshaak.” Dat is nou typisch een gelegenheid waarop het groeten vergezeld gaat van stemgebruik.

Meestal is een knikje namelijk voldoende of natuurlijk de tweevingerige handknik – zoals motorrijders ook wel doen. Of, voor gevorderden, een vriendelijke wenkbrauw-smile-combinatie. Groeten met geluid is tricky. Controle over het volume is er niet altijd en voor je het weet toeter je keihard “HALLO” in het gezicht van een nietsvermoedende collega-loper of hijg je een veel te zwoele “hey”.

Oh, als je rondjes loopt, is een keer groeten genoeg.

Groeten is natuurlijk niet verplicht en je bent ook geen totale hork als je het niet doet. Sterker nog, in het Amsterdamse Vondelpark wordt niet of nauwelijks gegroet, zeker niet na 08.00 uur ’s ochtends. Dan zou je ook bezig blijven, veel te veel lopers.

Hoe verder je van het stadscentrum verwijderd bent en hoe vroeger je loopt, des te socialer zijn de lopers die je tegenkomt. Dan zijn zwaaitjes, knikjes, ‘heys’ en ‘HALLO’S’ je deel. En dat is toch superleuk?

Want wat zegt die groet nu eigenlijk? Dat zal ik je vertellen. Soms zegt die ‘lekker bezig, wij!’ of ‘fijn hè, dit?’. Soms zegt dat knikje ‘wat een kloteweer, hè? Maar we doen het toch!’. Die snelle groet is even de pret van het lopen delen. Probeer het maar eens. Doei!