Op de atletiekbaan achter het Olympisch Stadion liep ik me in oktober warm voor de Amsterdam Marathon. Even verderop kwam over het fietspad een groepje Ethiopische atleten voorbijgesneld. Zo soepel, zo krachtig, zo’n razend efficiënte loopstijl. Ik loop zeker niet lelijk, maar vergeleken bij zo’n groep gazelles ben ik Quasimodo.

Er zijn uitgebreide studies gedaan naar de loopstijl van ’s werelds beste marathonlopers. Naar de lengte van hun benen, de verhouding tussen boven- en onderbeen, de dikte van enkels, hun paslengte en natuurlijk of ze op de voorvoet of op de hak landen. Want als de onverslaanbare Oost-Afrikanen op de voorvoet landen, dan moet dat wel de beste loopvorm zijn!

De haklanding werd de afgelopen jaren resoluut in de ban gedaan. Landen op je hak zorgt ervoor dat je te ver voor je knie landt, waardoor je standbeen te lang je lichaamsgewicht moet dragen en dat veroorzaakt blessures. Zo luidde het vonnis. Daarbij zou het landen op de hiel ook nog eens razend inefficient zijn, omdat je bij iedere pas op de rem trapt. Zeiden ‘ze’.

Ook ik begon drie jaar geleden langzaam, maar vastberaden te trainen op een voorvoetlanding. Zeker na het lezen van het boek Born to Run (Christopher McDougall) bekeerde ik mij devoot tot de voorvoetlanding. Zo zouden onze in in dierenhuiden gehulde voorvaderen het gedaan hebben en zo dienden ook wij ons door parken en polders te spoeden. Liefst ook nog eens blootsvoets of ondersteund door een minimaal zooltje.

Zoals dat gaat met theorieën die worden verkondigd als absolute waarheid, is ook het evangelie van de voorvoetlanding aanbeland in de fase van de Verlichting. Een geforceerde overgang van een haklanding naar een landing op de voorvoet blijkt meer kwaad dan goed te doen. Het blijkt lang niet voor iedere hardloper zin te hebben om die transitie te maken. Sterker nog, volgens sommige deskundigen is een haklanding in biomechanisch opzicht pas miserabel als je harder dan 16 kilometer per uur loopt. Daar hoeft ruim 90 procent van alle recreatieve hardlopers zich dus helemaal niet druk over te maken.

Maakt het dan geen fluit uit hoe je loopt? Dat wel. Maar bij het aanleren van een goede looptechniek kun je je beter richten op je lichaamshouding en vooral op de pasfrequentie. Een lage pasfrequentie (weinig stappen per minuut) veroorzaakt meer blessureleed dan een haklanding. Wie kleinere stappen zet (hoge pasfrequentie), landt al snel meer onder de heup. Dat is mooi, omdat daar je gewrichten het best met de schokken van het hardlopen om kunnen gaan.

Ook de overgang naar een hogere pasfrequentie moet je niet forceren, maar probeer af en toe eens een stukje te hollen alsof je op hete kolen loopt. Hou het licht, maak kleine passen. Neem dat meteen als motto voor de rest van je leven.