Eigenlijk slaat het helemaal nergens op. Dat je met een bepaald resultaat zielsgelukkig bent en baalt als een stekker als je dat heilig verklaarde doel op luttele seconden mist. Voorbeeld: totale extase als je de marathon loopt in 2:59:59 en een mineurstemming als de klok na 42,195 km 3:00:01 aangeeft. Dat is toch eigenlijk idioot?

Idioot is het misschien, maar voor recreatieve marathonlopers is de drie uurgrens magisch. Van alle Nederlanders die een marathon uitlopen – jaarlijks zo tussen de 25.000 en 30.000 – lukt het misschien 2 procent om dat in minder dan drie uur te doen. Je hoort dus bij een select gezelschap als je ‘sub 3’ loopt. En bij dat selecte gezelschap wil ik mij voegen.

‘Waarom eigenlijk?’, vraag ik me wel eens af. Want ook nu ik niet bij dat clubje snellerds hoor, beleef ik heel veel plezier aan hardlopen. En wat de tijden betreft; ik heb nu tijden op de 10 km, de halve en de hele marathon gelopen, die er ook best mogen zijn.

Waarom dat verlangen naar sub 3?

Omdat het erin zit. Omdat ik in ieder geval een keer het maximale uit mijn lijf wil halen.

Hardlopen moet je doen omdat je er plezier in hebt – of niet doen omdat je er geen zak aan vindt. Verder is het mooi meegenomen dat het goed is voor lichaam en geest. Je blind staren op tijden is niet zo heel gezond en voor het grote gros van de recreatieve lopers doen tijden er gelukkig niet zo heel veel toe. Maar er is een categorie lopers die geniet van de jacht op een snelle tijd. Hardlopers die zich na een hele goede race afvragen ‘wat zit er nog meer in?’.

Dat wil ik op zondag 10 april in Rotterdam uitvinden. Het trainen gaat lekker en ik ben met iets minder dan vier weken te gaan nog altijd blessurevrij. Allemaal geen garantie op succes. Als het op D-Day heel hard waait, ineens 20 graden warm is of ik net even niet in vorm ben, zal die sub 3 voor mij niet haalbaar zijn. Dat is de marathon, je doet het met de kaarten die je gedeeld krijgt en je kunt niets forceren. Dat kan enorm frustrerend zijn, maar maakt deze afstand ook zo speciaal.

Wat als ik het niet red? Dan vloek ik even heel hartgrondig en sta ik de volgende ochtend om 7 uur gewoon weer in het park om hardlooptraining te geven namens de Vondelgym. Een maand later hoop ik vader te worden. Dan heb ik wel wat anders aan mijn hoofd dan sippen over een finishtijd. En mocht ik wel die sub 3 lopen, dan zet mijn vrouw niet lang daarna een kind op de wereld. Net iets stoerder. Alles is relatief.