Pijn is tijdelijk. Pijn is een optie. No pain, no gain. What doesn’t kill you makes you stronger. Je kent die quotes wel. Je komt ze tegen op social media vergezeld van plaatjes met zwetende en moeilijk kijkende mensen. Ja, over pijn wordt nogal wat beweerd. Hoort pijn bij sport? Is pijn lekker? Waarom?

Wie vooruitgang wil boeken in wat voor sport dan ook, ontkomt niet aan pijn. Een van de basisprincipes van training is het beginsel van ‘overload’. Kort gezegd: je moet steeds iets meer, iets zwaarders doen om vooruit te gaan. Je lichaam past zich namelijk steeds aan een bepaalde werklast aan en wil je beter, sneller of sterker worden, dan zul je die werklast dus steeds moeten vergroten. Om in april tijdens de marathon drie uur lang een bepaald tempo te kunnen lopen, moet ik in de voorbereiding zo’n 15 tot 20 procent van mijn kilometers een stuk harder dan dat beoogde tempo lopen. Intervallen, tempowerk; dat kan flink pijn doen.

Laat ik hier meteen benadrukken dat je als hardloper ook zo pijnloos mogelijk kunt trainen. Heel rustig opbouwen naar een bepaald niveau en dat onderhouden. Dat kan soms een beetje zeer doen, maar het zal geen longen-in-brand-benen-in-de-fik-kotsen-pijn zijn. Als finishtijden er niet toe doen en je hoeft van jezelf geen hele lange afstanden af te leggen, kun je een hoop misere overslaan. En ook als je fanatiek traint, loop je het grootste deel van je trainingskilometers pijnloos.

Iedereen die regelmatig een stevige intervaltraining afwerkt, weet echter: na afloop voel je je fantastisch. Het is verbazend hoe snel na de pure wanhoop die je kunt voelen tijdens versnellingen, het genot van de gedane arbeid overheerst. Pijn is niet fijn. Al geleden pijn, die is fijn.

Pijn geeft de prestatie glans. Het is lekker om iets voor elkaar te krijgen, waar je in enige mate voor hebt geleden. Aan het lopen van een marathon komt hoe dan ook lijden te pas. Is het niet tijdens de voorbereiding, dan zeker tijdens de laatste tien van de 42 kilometer. Dat is wat het voltooien van die afstand zo waardevol maakt.

De niet-sportende medemens leest dit stukje en schudt vol onbegrip het hoofd. ‘Waarom zou je voor je lol pijn lijden?’ Daarbij vergetend dat hij of zij zelf misschien wel elk weekend een of twee ochtenden met zelfverkozen pijn kampt. Mij geeft het een kick om door regelmatig een beetje pijn te lijden beter te worden in iets, een doel te bereiken. En jij, doe jij jezelf wel eens pijn?