Marathon

Hoe het hoofd steeds verlangt naar waar het net nog bang voor was.
In de laatste fase van de beproeving die de marathon is,
smeekt alles in een loperslijf om het staken van de strijd.
‘Waarom rennen we nog?’, vraagt het hoofd zich af.
Spieren verkrampen uit protest.
Maag en darmen gegeseld met mierzoet sportvoer.

Waar bij kilometer 37 de finish utopie lijkt,
wordt die bij 41 ineens realiteit.
Niets is meer wat het net nog was.
Vertraging wordt versnelling.
Nog één iemand voorblijven of inhalen.
Met de handen naar de hemel de klok stoppen.

Verblijd, verbaasd, verdwaasd.
Marathongrond verdwijnt onder je voeten.
Voeten moeten zoeken naar een nieuw pad.
De medaille om je nek zet je terug op aarde.

Even is er niets meer.

Volgt de voldoening, het zoete, het niets meer moeten.
Gloeiend van van alles maak je de ereronde die de terugreis is.
Weer zo’n beest aan de zegekar gebonden.
Voor nu is het marathonmonster overwonnen, maar nooit is hij getemd.
En daarom daagt na soms maar een dag onvermijdelijk een nieuwe jacht.
Als een hijgend hert de jacht ontkomen, terug het bos in naar de dreiging.
Het gevaar dat het ontsnappen zo onweerstaanbaar maakt.

Shopping cart

Subtotal
Shipping and discount codes are added at checkout.
Checkout