Tussen de ruim 50.000 lopers die zondag op de tonen van Sinatra’s New York, New, New York over de Verrazano Bridge de five boroughs tegemoet rennen, is Mebrahtom ‘Meb’ Keflezighi. Niet echt tussen, trouwens. Meb start vooraan. Daar staan de mannen die er minder dan 2 uur en 15 minuten over doen. In 2009 won hij hem nog, maar niemand die daar dit jaar op rekent. Mebs gloriedagen zijn voorbij, hij loopt zijn laatste New York Marathon.


Foto: http://www.photorun.net

De afgelopen zestien jaar draaide Meb mee in de top van het langeafstandslopen. Hij won zilver op de Olympische marathon van 2004, won zoals gezegd New York in 2009 en Boston in 2014. Die laatste is misschien wel zijn mooiste.

Het was het jaar na de aanslag tijdens de Boston Marathon, waarbij vier doden vielen. Meb had voor de race met een stift de namen van de slachtoffers op zijn startnummer geschreven (zie foto). Niemand verwachtte dat hij zou winnen, maar hij flikte het. Uitgerekend op deze dag vol hoogspanning, Patriot’s Day, won een Amerikaan Boston, voor Amerikanen dé marathon. Hij liep in de herfst van zijn carrière zelfs nog een persoonlijk record om het voor elkaar te krijgen.

Hij vertegenwoordigde de Verenigde Staten vier keer tijdens de Olympische Spelen, een keer op de 10.000 meter, drie keer op de marathon. In 2012 liep het voor geen meter. Van de 366 dagen die dat jaar telde, voelde Meb zich uitgerekend op marathondag belabberd. Was dit een andere race geweest, dan was hij uitgestapt. Maar dit was de Olympische marathon en hij was zich ervan bewust dat hij zijn land vertegenwoordigde. “Die naam stond op mijn shirt. Ik dacht absoluut niet aan winnen, alleen maar aan blijven lopen.” En dat deed hij. Langzaam maar zeker begon hij mensen in te halen. Nog een en nog een. Hij werd vierde.

Meb houdt zielsveel van Amerika. Het was dan ook een klap in zijn gezicht toen een paar weken geleden Galen Rupp de Chicago Marathon won en Amerikaanse media het er juichend over hadden dat eindelijk weer een ‘American born athlete’ een grote marathon won. Zeker de eerste jaren van zijn carrière hoorde hij nog wel eens dat hij eigenlijk geen echte Amerikaan was. Hij was immers geboren in Eritrea en pas op zijn 12e naar de VS gekomen. Door zijn successen, zijn keiharde werken en het enthousiasme waarmee hij het land vertegenwoordigde werd hij toch een publiekslieveling. Zeker na zijn overwinning in Boston.

Maar dat was voor Trump. Met veel pijn in het hart moet Meb vaststellen dat wat betreft tolerantie en saamhorigheid zijn land niet vooruit, maar achteruit beweegt, zo zei hij laatst in een interview. Op mensen zoals de familie Keflezighi – immigranten én moslims – zit een fors en luidruchtig deel van de Amerikaanse bevolking niet te wachten. “Terwijl mijn verhaal juist de American Dream is.” Dat geldt voor de hele familie: van zijn tien broers en zussen hebben er acht in hun nieuwe thuisland een universitaire studie afgerond, vier knoopten er nog een postdoctorale opleiding aan vast.

Sombere gedachten over de sfeer in het land gaan zondag aan de kant. Het aantrekken van je hardloopschoenen is bij uitstek een daad van optimisme. En Meb wil nog een keer racen. Niet tegen de klok, maar echt een wedstrijd rennen, zoals hij altijd het liefst heeft gedaan. De kans dat hij het moet afleggen tegen tien jaar jongere Kenianen, Ethiopiërs of iemand uit zijn geboorteland Eritrea is groot. Maar met Meb weet je het niet, misschien kan hij nog een keer iets speciaals doen. En als dat er niet in zit, gaat hij de laatste kilometers door Central Park lekker high fives uitdelen. New York zal hem een waardig afscheid geven.