Op dit blog deelt Klaas Boomsma zijn liefde voor en kennis van het hardlopen. En hoopt jou te motiveren om ook lekker te gaan lopen.

Man met de hamer? Pleur op!

Je hoort wel eens beweren dat de marathon pas begint na 30 kilometer. Dat klinkt best aardig, maar het is natuurlijk gelul. Juist die eerste 30 kilometer bepalen hoe goed jij dat laatste, hele zware deel gaat doorkomen. Op of net na dat 30 km-punt begint de echte mentale strijd, dat klopt. Welbeschouwd ben je daar pas op de helft. Hoe zorg je dat je zo fris mogelijk aan de tweede helft begint?

Voor al die lopers die vandaag van start gingen in Eindhoven – of volgende week in Amsterdam aan hun avontuur beginnen – geldt: het meeste werk heb je al gedaan. De marathon is het sluitstuk van – als het goed is – een aantal maanden serieuze voorbereiding en ben je die goed doorgekomen, dan mag je al heel trots op jezelf zijn. De praktijk leert dat heel veel mensen van plan zijn een marathon te lopen, iets minder er ook echt voor gaan trainen en een nog kleinere groep het trainingsschema nauwgezet volgt en afmaakt. Hoe je zo fris mogelijk aan het laatste stuk van de marathon begint? In ieder geval door je goed voor te bereiden.

Doe jezelf een groot plezier en ga niet te hard van start. Met afstand de meest gemaakte fout tijdens hardloopwedstrijden. Je hebt tijdens je training kunnen ontdekken wat voor jou een realistisch tempo is, een goed tempo dat je lang kunt volhouden. Wees bij het bepalen van dat tempo, zeker als dit je eerste marathon is, conservatief. Denk bijvoorbeeld niet dat je je snelste halve marathon maal twee als richttijd kunt nemen. Denk ook niet dat je veel tijd wint door in het eerste deel gebruik te maken van de nog ruim voorradige kracht en energie: wat je aan het begin wint door snel te starten, lever je aan het eind dubbel weer in.

Niet met je krachten smijten dus, in die eerste 30 km. Kijk na een kilometer of vijf eens goed om je heen of er lopers zijn die op jouw tempo lopen en kruip erachter. Maak gerust gebruik van een brede rug of ga in een groepje meelopen. Dat kost minder energie en het kan goed zijn dat je elkaar door moeilijke momenten heen kunt slepen in de finale. Met al die duizenden lopers aan de start zitten er genoeg van jouw niveau tussen. Een meer seksistische, maar voor sommige lopers zeer motiverende aanpak is achter een mooi paar billen aanlopen. Kan ook.

Eet en drink! Tijdens die 42 kilometer en 195 meter tast je diep in je energievoorraad en vochtreservoir. Een 10 km of zelfs een halve marathon kunnen de meeste hardlopers nog wel uitlopen zonder die voorraden onderweg aan te vullen, tijdens de marathon gaat dat niet. Zelf hou ik een ritme aan van om de vijf kilometer drinken, afwisselend water en sportdrank. En om de tien kilometer knijp ik een gelletje naar binnen. Niet te hakken dat spul, maar wel effectief om je motor draaiende te houden. Als je verstandig bent geweest, heb je tijdens de lange trainingslopen getest welk merk en welke smaak jij het best verdraagt.

Kijk af en toe om je heen. Je bent met iets heel tofs bezig. Een prestatie van formaat. Je hebt er zo lang naar toegewerkt en -geleefd, zorg dan ook dat je het volop meemaakt. Langs de route staan duizenden, tienduizenden toeschouwers, er is live muziek, dj’s en kinderen die je een high five willen geven. Geniet er een beetje van. In dat gevreesde laatste stuk kun je altijd nog de tunnel in en focussen op de meter die voor je ligt.

En dan is er ineens dat 30 km-punt. Mogelijk staat daar een man met een hele grote hamer op je te wachten. So what. Jij loopt gewoon door. De stem in je hoofd die vertelt dat je moet stoppen met hardlopen, negeer je. Fuck that, je bent op een missie. Wat er ook gebeurt, jij gaat finishen. Stap voor stap, meter voor meter kom je dichter bij je doel. Blijf jezelf dat vertellen. Zet tegenover iedere negatieve gedachte een positieve. Je bent er bijna, eyes on the prize, je bent een marathonloper!