14 en 15 juli was het dan zo ver…. De wedstrijd waar ik
naartoe getraind heb, waar ik het beste uit mezelf wilde halen, waar ik wilde
laten zien wat ik kon.

Het Nederlands Kampioenschap atletiek waar ik op twee
onderdelen aan de start zou komen. Namelijk, de 400 en 200 meter.

Twee onderdelen waar je het uiterste van je lichaam vraagt.
Waarbij je je fit en sterk wil voelen. Zo voelde ik me helaas totaal niet de
week in aanloop van het NK. Ik was flink verkouden geworden. Niet echt ideaal.

Het NK is over 4 dagen verspreid, ik moest op vrijdag en
zaterdag in actie komen.

Na veel slaap en op donderdag voelde ik me vrijdag gelukkig
een stuk beter.

Gelukkig doet paracetamol wonderen, en die had ik dan ook in
grote hoeveelheden in mijn tas zitten.

In de loop van de ochtend werd ik opgehaald door mijn
moeder, mijn trouwste supporter. Samen reden we nar Utrecht waar het NK plaatsvond.

Zoals je je misschien kan voorstellen is een NK anders dan andere wedstrijden. Naast dat er
wat meer op het spel staat, zijn er ook een aantal regels waar je je aan moet
houden. Zo moet je je anderhalf uur voor aanvang van je onderdeel gemeld
hebben. Dan haal je je startnummer op en zet een handtekening.

Gelukkig kwamen we ruim op tijd aan en had ik alle tijd om
te melden.

Echter, aangekomen in Utrecht barste daar het noodweer los.
Keiharde regen en zelfs onweer. De wedstrijd werd met een halfuur uitgesteld omdat
het niet veilig was om het veld op te gaan.

Toen het droog was kon ik eindelijk gaan opwarmen. Dat doe
je op een warming-up veld waar ook coaches mogen komen en fysio’s voor je klaar
staan. De warming-up ging helaas niet zo smooth, we moesten nog twee keer het
veld af omdat het weer begon te regenen. Toen ik goed warm was kon ik me gaan
melden bij de ‘callroom’. Daar moet je 20 minuten voor aanvang van je onderdeel
je melden en checken ze je spikes en je kleding.

In de ‘callroom’ gaat voor mij het grote zenuwen beginnen. Ik
kan niet stil zitten, moet 3 keer naar de wc en visualiseer mijn race.

Dan is het eindelijk zo ver. Mijn serie mag de baan op.
Tijdens het starten komt er weer een flinke bui. Ik start in baan acht, de
buitenste baan. Een lastige baan omdat je in een bocht versprongen start en ik
start dus een soort van vooraan. Ik heb dus niemand om op te jagen. Beter
gezegd, er wordt op mij gejaagd. De eerste 200m loop ik lekker maar dan komt de
verzuring, eerder dan verwacht. Dan is het harken naar de finish. Tot mijn
verbazing word ik 23e, dat betekend dat ik door ben naar de halve
finale later die dag.

Ik laat mijn benen los maken door de masseur en begin weer met een korte warming-up. Je zou misschien denken dat het nu minder is met de zenuwen maar niets is minder waar. Omdat de vorige race zo veel pijn deed was ik nu bang voor de pijn die wellicht komen ging. Ik start deze keer in baan 7, dus ik kan naar iemand toe lopen. De race verloopt een stuk beter, ik hou het langer vol en pas 120 meter voor de finish komt de echte pijn. Over de finish gekomen is er spraken van verwarring. Er staat een hele snelle tijd achter mijn naam. Wat blijkt nu er zijn twee startlijsten in omloop. Na een halfuur komt er eindelijk duidelijkheid. Ik heb geen pr gelopen maar ik ben wel 16e van Nederland!

Dag één van het NK zit erop en kan met een tevreden gevoel terugkijken. Ik had twee doelen voor dit seizoen, een persoonlijk record lopen en de halve finale halen op het Nederlands Kampioenschap. Het pr is me (nog) niet gelukt maar ik had niet verwacht dat ik zo hoog zou eindigen op het NK. Ik stond 28e geplaatst bij aanvang van het toernooi en ik ben 16e geworden. Super tevreden dus. Ik stap met een goed gevoel de auto in, terug naar Amsterdam. Ik ben nog niet klaar, de volgende dag mag ik nog een keer naar Utrecht. Dan start ik op de 200m. Daar zal ik in de volgende blog over vertellen.