“Je hebt 3:01,44 gelopen? Dan is een marathon onder de drie uur het volgende doel, neem ik aan? Hoe oud ben je nu?”
“44.”
“Oei, dan mag je wel opschieten!”

Dit gesprek heb ik de afgelopen maanden regelmatig gevoerd. Al was mijn antwoord op de vraag naar mijn leeftijd tot vorige week nog ’43’. De reactie was hetzelfde, net als de aanname dat sportieve progressie boeken na je 40e levensjaar moeilijk is, misschien zelfs onmogelijk.

Dat is natuurlijk onzin. Over ouder worden en de daarmee samengaande aftakeling bestaan allerlei ideeën die lijken te dateren uit lang vervlogen tijden. De tijd dat je als man vanaf je 16e ging roken, net als je vader, je oom en de buurman en je net zo ging kleden. Jonge mannen van 25 zagen er in de jaren 50 uit als de veertigers van twee decennia later. De veertigers en vijftigers in vorige decennia deden op die leeftijd al lang niets meer aan sport, dat was iets voor de jeugd. Ze lazen de krant in hun fauteuil met in hun mond een sigaret, sigaar of pijp. Moeder zat er in een stoel tegenover te breien. Op het vuur sudderde het vlees en werd de bloemkool tot pap gekookt.

De Amerikaanse hardloper Bernard Lagat kwalificeerde zich voor de Olympische Spelen van Rio door in de zomer van 2016 tijdens de Amerikaanse kampioenschappen de toen 26-jarige Paul Chelimo en de net 27-jarige Hasan Mead te verslaan met een indrukwekkende eindsprint. Een paar maanden eerder had Meb Keflezighi zich drie maanden voor zijn 41e verjaardag geplaatst voor zijn derde Olympische Spelen. Hij finishte als tweede in een veld met de beste 170 Amerikaanse marathonlopers. Miranda Boonstra werd in oktober in Amsterdam op haar 46e Nederlands kampioen op de marathon. Ik bedoel maar.

Natuurlijk zijn dit uitzonderingen. In het algemeen zal een topsporter van 25 beter kunnen presteren dan zijn of haar collega van 40 jaar of ouder. Maar hoeveel beter hangt af van heel wat meer factoren dan leeftijd. En zoals de bovenstaande voorbeelden laten zien, is het helemaal niet ondenkbaar dat die veertiger op een goede dag en in bepaalde takken van sport nog de beste kan zijn.

Zelf hoop ik in 2019, in mijn 45e levensjaar mijn beste marathonprestatie te leveren; een sub3-marathon lopen. Mijn eerste poging vindt plaats tijdens de Boston Marathon in april en de tweede kans is tijdens de Amsterdam Marathon in oktober. Ik heb er alle vertrouwen in dat het gaat lukken. Ervoor trainen is op zichzelf al een feest.

Het is een dijk van een cliché en daarom ook zo waar: leeftijd is slechts een getal. Mijn moeder is onlangs bij onze Vondelgym begonnen met krachttraining. Op haar 75e voerde ze haar eerste deadlift uit. Een zee van potentiële progressie ligt nog voor haar.