Het liefst was ik elke dag dronken. Of stoned. Onder invloed in ieder geval. Ik was dat niet altijd, want ik moest werken en anderszins functioneren of presentabel zijn. Maar het kwam wel voor dat het onder invloed zijn doorlekte in de dagdelen waarin nuchterheid vereist was. Een tijdje lang dronk ik een paar keer in de week ’s ochtends. Een fles chardonnay. Soms twee. Chardonnay ja, want ik was niet zomaar een zuiplap!

Als je graag naar de klote gaat, is de kans groot dat je het niet bij enkel drinken laat. Zo gold dat ook voor mij. Er waren periodes dat ik iedere dag (ook) stoned was, de variatie tussen die periodes bestond eruit dat ik een poosje White Widow rookte, dan Purple Haze om uiteindelijk te blijven bij Super Polm. Toen ik van blowen eigenlijk alleen nog maar depressief en paranoïde werd, hield ik daarmee op. In de plaats van cannabinoïden kwamen drugs in poedervorm. Eerst alleen in de weekenden met af en toe een pilletje tussendoor. Het weekend kwam steeds eerder.

In het najaar van 2011 woonde ik samen in een heel aardig koophuis, ik had een baan en een druk sociaal leven. Ook ging ik wel eens naar de sportschool. Met vlagen zelfs twee of drie keer in de week. En dan maandenlange vlagen niet. Van buiten zag mijn leven er heel aardig uit. Mijn toenmalige vriendin en mijn familie wisten wel beter. Het was een met moeite overeind gehouden kaartenhuis. Dat dit kaartenhuis in elkaar zou flikkeren mag geen verrassing heten. Dat is het lot van zulke bouwwerken.

Van mijn dertiende tot mijn 37e was ik steeds gevlucht. Gevlucht voor verantwoordelijkheid, gevlucht omdat ik voor van alles bang was, gevlucht voor mezelf, gevlucht in de roes. Mijn laatste vlucht bracht me ver weg naar een afkickkliniek in Zuid-Afrika. Het beste dat me ooit is overkomen. Ik gaf daar toe dat ik verslaafd was, leerde te werken aan de oplossing en ik werd er verliefd. Verliefd op hardlopen.

Vanaf mijn eerste run over het strand van Kommetjie, een surfplaatsje vlakbij Kaapstad, wist ik dat rennen en ik bij elkaar hoorden. Het was goed. Niet lekker die eerste keren, maar goed. Ik ben niet meer opgehouden met hardlopen. Ik schrijf erover, geef training en loop jaarlijks een paar duizend kilometer over ’s Heren wegen.

Het is nu iets meer dan vijf en een half jaar geleden dat ik stopte met drinken en drugs gebruiken. Sinds mijn opname op 29 november 2011 heb ik nooit meer alcohol gedronken of drugs gebruikt en ik streef er iedere dag naar om dat zo te houden. Dat gaat heel best en dat komt mede door het hardlopen. Het geeft me rust, ritme en richting en soms zelfs vervulling.

Om verslaving te bestrijden is meer nodig dan een stuk rennen. Voor mij is het twaalfstappenprogramma (Google maar ’ns) de basis van mijn nuchterheid, maar het hardlopen helpt me enorm in het volhouden van een ‘sober life’. Zes jaar geleden had ik me niet kunnen voorstellen dat een leven zonder drank of drugs voor mij mogelijk was, laat staan dat ik het de moeite waard zou vinden. Vandaag weet ik beter en beleef ik écht geluk.

Over mijn proces van verslaving, herstel van verslaving en de rol die hardlopen daarin speelt, schreef ik het boek Ren voor je leven. Vandaag ligt het in de winkels.

Hebben? Koop dat boek