Afgelopen weken waren druk. Ik moest veel yoga lessen geven, wat ontwerp opdrachten maken, er speelde van alles in mijn privé-leventje en er kwam een examen aan. In mijn hoofd was het een grote chaos van zenuwen, stress, deadlines, lessen die ik moest voorbereiden en ellenlange to-do-lists. En hoe meer er gedaan moest worden, hoe minder er daadwerkelijk gebeurde. In eerste instantie leek de chaos zich vooral in mijn hoofd af te spelen, maar plotseling merkte ik dat er ook van alles in mijn lichaam gebeurde. Mijn nek stond onder hoogspanning, mijn hoofd voelde als een rotsblok, ik had een raar, misselijk gevoel in mijn buik, ik ademde onrustig en mijn benen voelde verzuurd, zonder dat ik ook maar enigszins bewogen had.

Ons dagelijks leven speelt zich tegenwoordig voornamelijk af in ons hoofd en meer en meer verliezen we de connectie met ons lichaam. Je beseft je misschien wel dat wat meer lichaamsbeweging goed voor je zou zijn en dat je veel tijd zittend doorbrengt. Maar ook wanneer je een goede sixpack hebt, lekker lenig bent of zonder moeite dagelijks van de ene naar de andere kant van de stad fietst, wil dat niet zeggen dat je je werkelijk bewust bent van je lichaam. Je lichaam kan je zo veel vertellen, is zo waardevol en we luisteren er steeds minder goed naar. Je lichaam liegt nooit. Het vertelt je hoe je met je zelf om moet gaan, wanneer je je eigen grenzen over gaat en ook wanneer je jezelf eens een trap onder je kont mag geven. ‘In contact staan zijn met je eigen lichaam’ klinkt misschien wat vaag en vreemd, maar is het niet veel vreemder dat ons lichaam dag en nacht alles voor ons doet, zonder dat wij er echt wat aandacht aan besteden? Pas wanneer je lichaam tegen gaat stribbelen, gaan we er mee aan de slag. Zoals bij mij nu het geval bleek.
Mijn ‘klachten’ leken gelukkig nog niet echt op iets om meteen voor naar de dokter te rennen, maar ik was me er wel van bewust dat er iets moest gebeuren. Zelf een yoga les doen, leek voor mij de enige manier om mijzelf uit deze wirwar te kunnen bevrijden. Ik schreef me in voor de eerstvolgende goede les die ik ergens in de buurt kon volgen en ik ging. Ik rolde mijn matje uit, ging zitten en de teacher kwam binnen. ‘Jou yoga begint NU’, zei ze. ’Nu begint nu’. Ben aanwezig in het moment en ben je bewust van jezelf. Ben je bewust van je lichaam en van hoe je je voelt. Adem diep in en uit en voel de Prana, jou levensenergie door je lichaam stromen. De yoga practice begon. Ik begon te doen in plaats van te denken. Met geen mogelijkheid konden de gedachten zich ergens tussendoor wurmen, want de les was zwaar op alle fronten en na anderhalf uur eindelijk in savasana was mijn hoofd volledig leeg. Onbewust had ik mijn eigen reset-knopje gevonden en diep ingedrukt. Wat een opluchting.
Meestal staat er in savasana een zacht en licht muziekje op en kun je zo nog even een paar minuten niets doen, zonder je daar schuldig over te voelen, maar de teacher begon plotseling een verhaal te vertellen. Eerst vond ik het af doen aan de rust en de ruimte die in mijn hoofd en lichaam terug gevonden had, maar ik kon niet veel anders doen dan blijven liggen en luisteren. Tot mijn grote verbazing leek het verhaal er voor te zijn gemaakt, de les die ik vandaag moest leren, nog even wat aanvulling te geven.

Het verhaal ging over monnikenklooster die hoog in de bergen woonden, afgezonderd van de bewoonde wereld. Twee van hen kregen van hun Master de opdracht af te dalen naar een dorp ver weg in de vallei om daar een brief af te leveren. De monniken begonnen met veel zin en nieuwsgierigheid aan hun tocht. Nadat ze een eind hadden gelopen, kwamen ze bij een brede, diepe, wilde rivier. Ze liepen een stukje langs de oever, want ze konden er niet zomaar overheen. Na een stukje te hebben gewandeld zagen ze een visser en besloten hem te vragen of hij hen naar de overkant kon brengen. Dat wilde de visser graag doen, maar hij zei dat hij een tweede bootje had en dat de monniken dat bootje mochten hebben. De monniken waren dol gelukkig en konden met gemak oversteken naar de andere kant van de rivier.
Eenmaal aan de overkant bedachten de monniken dat ze het bootje op de terugweg weer zouden kunnen gebruiken. Wanneer het daar zou blijven liggen, nam iemand anders het misschien mee, dus besloten ze het bootje op hun schouders mee te nemen. Na een lange tocht kwamen ze aan bij het adres waar ze de brief af moesten leveren. De man waarvoor de brief bestemd was nodigde de monniken uit wat te komen eten en drinken na hun lange tocht. Dat zou heerlijk zijn, zeiden de monniken, maar ze konden het bootje niet buiten laten staan. Dan was het straks misschien weg en hadden ze het helemaal voor niets meegenomen. Dus ze bedankten de man vriendelijk en maakten rechtsomkeert. Ze liepen de lange tocht weer terug met het bootje op hun schouders. Terug bij de rivier staken ze snel naar de overkant en daar besloten ze de boot dan ook maar mee te nemen naar boven. Wie weet moesten ze in de toekomst nog een keer over de rivier. Toen ze helemaal afgepeigerd terug kwamen bij hun master vroeg hij: “Hoe was jullie reis?” “Wat hebben jullie allemaal gezien en meegemaakt?” en pas toen begrepen de monniken wat ze hadden gedaan. Hun zorgen over de toekomst hadden de hele belevenis van het moment overschaduwd en ze hadden zo veel moois gemist.
Het is me allemaal een stuk duidelijker nu. De les van de monniken heeft ook mij mijn les geleerd en het voelt heerlijk!