Snelle baantrainingen (Speedtraining)

Eerst een stukje ‘‘atletiekgeschiedenis van Roos”

Voor ik in de groep van Bram Wassenaar ging trainen (de Bramsterdammers) was ik altijd bezig geweest met de korte sprint, 100 en 200 meter. Door een langdurige blessure aan mijn bil (gluteus minimus) kon ik de explosiviteit van de 100m niet meer aan. Toen ik aan het herstellen was zag Bram me lopen en sprak me aan; “Je hebt een mooie loopstijl, perfect voor de 800 meter”. Heel fijn om in een periode van blessure te horen dat je alsnog iets goed kan. Bram had een zaadje in mijn hoofd geplant.

Ik wist dat als ik terug wilde komen op mijn oude niveau op de 100 en 200 meter, moest ik heel hard trainen. Om sneller te worden moest ik nog harder trainen. Wilde ik dat wel? Ben ik niet toe aan iets nieuws? Na overleg met mensen dicht bij me heb ik de stoute schoenen aangedaan en ben ik met Bram gaan praten. Dat gesprek was zo fijn. Bram herinnerde me aan een van mijn eerste trainers uit Breda, waar ik in mijn jeugd woonde, waar ik heel veel vertrouwen in heb gehad. In zo’n gesprek spreek je je wederzijdse verwachtingen en doelen uit. De stap van 100 meter naar 800 meter is best wel groot dus we besloten te beginnen met de 400m, met af en toe een uitstapje naar de 800m maar ook naar de 200 en 100 meter voor de snelheid. Op het Nederlands Kampioenschap van 2016 heb ik mijn persoonlijk record in een keer met ruim vier tiende van een seconde verbeterd wat een flinke stap is op sprint onderdelen.

Focus

Afgelopen maart had ik weer een kort gesprekje met Bram, waar gaan we onze focus op leggen dit jaar. Bram was van mening dat er nog veel te halen was op de 400 meter dus dat werd onze focus. Met af en toe een 200 meter voor de snelheid.

Voor mij is het Nederlands Kampioenschap 14t/m 16 juli in Utrecht de belangrijkste wedstrijd van het jaar. Daar wil goed aan de start komen en een persoonlijk record lopen.

Na de wedstrijden waar ik afgelopen twee blogs over heb geschreven was er een klein gat in mijn wedstrijdplanning. Wat doe je dan als je wil weten hoe de vorm ervoor staat? Juist,heel hard door trainen en op een training testen. Hoewel dat niet altijd bewust gaat.

Trainen op tijd…..

Bram geeft me altijd tijden mee die ik instel op mijn horloge, zodat ik weet welk tempo ik moet lopen. Afgelopen donderdag stond er een pittige training op het programma. Twee series van 100 – 200 – 300 meter met als tijden op de 100 meter 15 sec., de 200 meter 32 sec. en op de 300 meter 56 sec. Dit zijn tijden die op zich makkelijk te halen zijn. Ik was voor deze training alleen mijn horloge vergeten mee te nemen. Ik mocht de stopwatch van Bram lenen zodat ik in ieder geval mijn eindtijd zou weten. Op de 100 en 200 meter kan ik redelijk goed voelen welk tempo ik moet lopen die liep ik keurig in 14 laag en 30 hoog. De 300 meter vind ik wat lastiger. Omdat ik al wat vermoeid was na de eerste 200 meter had ik het gevoel dat ik flink moest aanzetten om de voorgeschreven 56 seconde te halen. Toen ik over de finish kwam was ik super verrast, er stond 49 op mijn klok. Oeps, dat was niet de bedoeling. Normaal gesproken is Bram daar niet zo blij mee. Ik kreeg wat langer pauze en begon aan mijn tweede serie. Na mijn tweede 200 meter was ik een beetje bang dat ik mezelf had opgeblazen, dus ik zag er best tegenop om aan de laatste 300 meter te beginnen. Bram klokte mijn laatste loopje. Hij gaf me als opdracht mee dat ik ontspanning moest houden en niet mocht gaan werken. Ik ging van start, ontspannen hard en kon de laatste 100 meter nog iets versnellen. Omdat het lopen vrij makkelijk gaat als je de ontspanning houdt had ik een tijd van 54 seconden verwacht. Bram gaf me nog net geen draai om mijn oren toen ik over de finish kwam. Er stond 48,5 op zijn klok.

We moesten allebei lachen. Bram zei; “Met de vorm zit het wel goed en nu goed uitlopen”

In een wedstrijd kan ik altijd meer dan op een training. Ik had dan ook niet verwacht dit ik deze tijden relatief makkelijk zou lopen. Dit geeft wel veel vertrouwen in aanloop naar de laatste wedstrijden. Kom maar op!