In de aanloop van het wedstrijd-/ baanseizoen is het goed om de puntjes op de “i” te krijgen. Dat doe ik door met mijn trainingsgroep op trainingsstage te gaan. Maar wat houdt dit nou eigenlijk in, zo’n trainingsstage?

Ik ben 400 meter wedstrijdatleet, dat is een rondje op de atletiekbaan. 400 meter is een moeilijke afstand. Het maakt niet uit hoe hard of langzaam je start, het laatste stuk is altijd afzien. Half mei beginnen mijn wedstrijden en om goed aan de start te komen is het fijn om naar het buitenland te gaan en daar alleen maar bezig te zijn met trainen, eten en slapen.

Mijn trainingsgroep, onder leiding van Bram Wassenaar, gaat elk jaar voor een aantal weken naar Zuid-Duitsland waar wij op ongeveer 700m hoogte onze trainingen doen.

De dagen zijn simpel. je wordt wakker, ontbijt wat en om een uur of 10 is de eerste training. In mijn geval zijn dat vaak minutenloopjes die variëren van 2 x 8 minuten tot 10 x 1 minuut op vlot tempo. In de middag staat er meestal een baantraining op het programma.

Mijn baantrainingen doe ik vaak alleen. Bram traint voornamelijk lopers die 800 meter tot een marathon lopen en zij trainen meer op de weg dan op de atletiekbaan.

Ik heb twee soorten baantrainingen: korte en lange sprinttrainingen. De afstanden bij een lange sprinttraining variëren van 600 meter tot 200 meter. Dit doe je dan een aantal keer achter elkaar met relatief korte pauzes. Bij de korte sprinttrainingen kom je het rechte stuk van de baan niet af. De afstanden die ik dan loop liggen tussen de 100 en 30 meter. Daarnaast doen we ook twee keer in de week een krachttraining waarbij voornamelijk aan de core stability gewerkt wordt.

Voor ik met de kern van de training begin doe ik een uitgebreide warming-up. Deze bestaat uit techniek oefeningen. Hierbij kan je denken aan bijvoorbeeld knieheffen en ook wat explosieve kracht. Dit laatste doe ik vaak met elastieke banden. Elastieke bandjes om mijn enkels of onder de voorvoet en we werken ook met een langer elastiek om mijn middel zodat ik met weerstand loopoefeningen kan doen.

Bij de kern van de train geeft Bram mij altijd een richttijd op. Ik heb de neiging om hard te starten (dat schijnt sprinters eigen te zijn) waardoor ik sneller de man met de hamer tegen kom. Het is beter als ik de loopjes in een steady tempo loop. Daarom stel ik mijn horloge zo in dat ik weet hoe lang ik over een 100 meter mag doen. Op deze manier kom ik in de juiste tijd over de finish.

Natuurlijk is na het harde werken tijdens de training ook tijd voor ontspanning. Naast het appartementencomplex is een groot zwembad. Daar kunnen we gebruik maken van verschillende warm- en koudwaterbaden en sauna’s; erg fijn voor je herstel. ’s Avonds is er tijd voor lekker eten, spelletjes en gezelligheid.

Het is heerlijk om na anderhalve week af te sluiten met je beste training van de trainingsstage. Ik kan vol vertrouwen beginnen met mijn baanseizoen!

De eerste wedstrijd is 20 mei, het NK Teams. Bij deze wedstrijd neem ik een 400 meter voor mijn rekening in de 4×400 meter estafette.

Op naar een mooi seizoen!