Je hebt van die dagen dat het voelt alsof je enkeldiep door de appelstroop waadt. Het tempo dat je anders met een beetje inspanning haalt, lijkt ineens buitenaards en onmogelijk. Verleidelijk om dan negatief te worden en te denken dat het allemaal niks wordt met die geplande wedstrijd. Hoe vervelend het ook is, het hoort erbij.

Liever zou je natuurlijk gedragen door de wind op Formule 1-snelheid door je intervaltrainingen blazen, als een stoomlocotief je tempolopen afwerken en op superlage hartslag en een grote glimlach op je toet die lange duurlopen hollen. Maar ja.

Vandaag had ik zo’n training als beschreven in de eerste alinea. 400-tjes op de baan. Dat je bij de eerste al denkt: hoe ga ik er hier ooit meer dan twee van lopen? Daar komt een beetje ervaring om de hoek kijken. Is er echt iets mis of zit er gewoon wat roest op de machine? Het kan natuurlijk zijn dat je iets onder de leden hebt, bijvoorbeeld. Dan is het verstandig om zo’n intervaltraining maar te laten lopen. Voordat je daartoe beslist; loop eerst nog een herhaling. Is die al meteen fors langzamer dan de eerste? Neem je verlies, volgende keer beter.

Voelt die tweede nog steeds zwaar, maar blijf je qua snelheid in de buurt van die eerste, dan loop je gewoon ook die derde. En die vierde en vijfde? Zou zomaar kunnen. Heel vaak is het zo dat je die geplande training toch gewoon kunt afmaken. Hou in de gaten of het verval tussen de herhalingen niet te groot wordt. Als je eerste 400 in – pak ‘m beet – 1:40 ging, nummer twee in 1:43 en nummer drie in 1:50, dan heeft het weinig zin om door te gaan. Blijf je ondanks pijn en moeite in de buurt van de 1:40, keep on truckin’!

Foto: Annemarie Dekker
Op dagen dat het moeilijk en zwaar voelt en een goede prestatie heel ver weg lijkt, is het goed om naar het grotere plaatje te kijken. Je bent een weg ingeslagen en maakt tijdens je reis verschillende stadia van fitheid door. Schiet bij een hobbel op de weg vooral niet in de stress, maar hou vast aan je plan; trust the process. Meestal loop je dan ineens weer die training die op rolletjes gaat.

Blijf je in het moeras zitten, dan is het misschien wel tijd voor een koerswijziging. Werk je met een coach, dan is het tijd om te praten. Doe je het alleen, vraag je dan eens af of je niet te veel doet. Te veel kilometers, te veel snelheidswerk misschien? Speelt stress op je werk of in je privéleven een rol? Pas daar dan je trainingsintensiteit op aan. In gewoon Nederlands: doe rustiger aan.

Wanneer mag je ‘the process trusten’? Als je de tijd hebt genomen een goed basisconditie op te bouwen door rustige kilometers te maken, vervolgens verantwoord snelheidstraining aan je schema hebt toegevoegd, voldoende tijd voor rust neemt en een beetje op je eten let. Moet lukken, toch?