Vetten, vriend of vijand?

Vetten werden lange tijd gezien als boosdoener van al het lichamelijk kwaads. Zo was men ervan overtuigd dat vervetting van het lichaam vooral het gevolg was van vet eten. Ook vandaag de dag denken nog veel mensen dat dit zo is.
Dus de kans dat jij er zo over dacht – tot het lezen van deze blog – is ook groot. Maar is het dan niet vreemd dat het toenemende aanbod in en consumptie van light- en vetarme producten niet heeft geleid tot een daling van het aantal mensen met obesitas of diabetes? Deze zogenaamde Amerikaanse paradox houdt de voedingswetenschappers al ruim 20 jaar bezig.
Vetten zijn dus dikmakers?
Het valt niet te ontkennen dat vetten veel energie bevatten (wel 9 kilocalorieën per gram – in vergelijking: suikers bevatten er ‘slechts’ 4). En het is ook waar dat te veel vetten je dik kunnen maken. Maar in principe is alles waar ‘te’ voor staat niet goed voor je; dat wist m’n ma me vroeger al te vertellen. Vetten zijn veel meer dan potentiële dikmakers. Het woord dikmaker doet ze eigenlijk helemaal niet de eer aan die ze toekomt. Vetten zijn één van de belangrijkste bouwstenen van ons lichaam. Gelijk even de diepte in, om m’n argument wat kracht bij te zetten: zo zorgen vetten in het isolerende laagje rond je zenuwen (de myelineschede) ervoor dat de signaaloverdracht vanuit de zenuwcellen efficiënter (en dus sneller) verloopt. En er zijn hormonen – de zogenaamde signaalmoleculen – die in de basis uit vet bestaan. Vetten zijn cruciaal voor de lichamelijke communicatie en dan hebben we het niet eens over vetten als energiebron – iets waar de meeste mensen vetten mee associëren. Zonder vet kan een mens dus eigenlijk helemaal niet functioneren, laat staan bestaan.
Goede en slechte vetten
We kunnen vetten op verschillende manieren indelen. Bijvoorbeeld dierlijk versus plantaardig. De meest gebruikte onderverdeling is in verzadigde en onverzadigde vetten. Die laatste kom je vaak tegen op etiketten van voedingswaren. De termen ‘verzadigd’ en ‘onverzadigd’ hebben overigens niets te maken met hun (on)verzadigende werking (hun effect op hoe vol je zit na het eten ervan). Het zijn termen die enkel op moleculair niveau beschrijven hoe de vetmoleculen eruit zien.
Vetten in de keuken
Verzadigde vetten werden in het verleden vaak als boosdoener gezien, door hun vermeende effect op hart- en vaatziekten. Maar het is te kort door de bocht om te concluderen dat die op zichzelf de oorzaak van hart- en vaatziekten zijn. Een gezond eetpatroon kan ook verzadigde vetten bevatten. Je hoeft je dan ook zeker niet schuldig te voelen als je je eitje het liefst in echte boter bakt. Sterker nog: in de praktijk bevatten alle vetten een bepaalde verhouding tussen verzadigde en onverzadigde vetten. Zoek bijvoorbeeld maar eens de voedingswaarde van olijfolie op. Je zult zien dat deze vloeibare vorm voor 14% uit verzadigde vetten bestaat.
“Voel je zeker niet schuldig als je je eitje het liefst in echte boter bakt. In de praktijk bevatten alle vetten een bepaalde verhouding tussen verzadigde en onverzadigde vetten”.
Verzadigd verkeerd, onverzadigd oké?
In het afgelopen decennium begonnen kritische onderzoekers op te merken dat de richtlijnen om het gebruik van verzadigde vetten te verminderen misschien wel ten onrechte waren opgesteld. Deze richtlijnen verschenen halverwege de 20e eeuw en waren gebaseerd op een studie van Ancel Keys. Hij concludeerde dat er een verband was tussen het ontstaan van hart- en vaatziekten en cholesterol in het bloed, wat weer zou correleren met het eten van producten rijk aan verzadigd vet. Hier maakte hij twee cruciale fouten, want hoewel een verband een samenhang impliceert is dat heel iets anders dan een oorzaak-gevolg. Daarnaast is de term cholesterol weinig specifiek en daardoor moeilijk te interpreteren in de context van hart-en vaatziekten.
Het is daarom eigenlijk best wel vreemd dat er decennialang gehamerd is op het eten van minder verzadigde vetten zonder dat het aantal mensen met hart- en vaatziekten er minder op is geworden. Tussen 1980 en 2003 waren er gemiddeld zo’n 1.700 ziekenhuisopname per 100.000 Nederlanders ten gevolge van hart-en vaatziekten, dit getal was redelijk stabiel over die periode van 23 jaar, het daalde zeker niet. Je kunt je dan ook afvragen waarom men ook hier veel van hetzelfde bleef doen zonder gewenst resultaat. Waarom niet een keer wat anders proberen?
Het is goed hier te realiseren dat de carrière van veel onderzoekers innig vervlochten was met het standpunt dat verzadigd vet ziek maakt. Daarbij geloof ik dat ze ook oprecht ervan overtuigd waren dat dit ook echt zo was. Veel van hen groeiden op in een wereld die geloofde dat verzadigd vet slecht was. Het is dan ontzettend lastig om dan tot het inzicht te komen dat dit misschien wel eens anders zou kunnen zitten. Dat vergt een bredere kijk die reikt tot buiten je eigen super-specialistisch werkveld. Daarnaast vergt het behoorlijk wat lef om überhaupt een ‘ander’ standpunt in overweging te nemen. Dat zou zo maar een bedreiging kunnen worden voor je geloofwaardigheid en carrière. Ja, politiek speelt ook in de wetenschap van vandaag nog altijd een rol. Onderzoeken die resultaten laten zien die het gevestigde gedachtegoed tegenspreken zijn lange tijd erg lastig publicabel geweest, gelukkig verandert dat langzaam maar zeker.
En cholesterol dan?
Cholesterol is – net als vet – niet per se slecht. Het is een essentiële, vetachtige stof die de basis vormt voor het aanmaken van hormonen, galzuren en lichaamseigen vitamine D, de vitamine die de meeste Nederlanders chronisch te kort komen! Het lichaam kan zelf naast de inname middels voeding ook cholesterol aanmaken en recyclen in de lever. Het frappante is dan ook dat de hoeveelheid cholesterol die je binnenkrijgt meestal maar weinig invloed heeft op de cholesterolwaarden gemeten in het bloed. Dit maakt de klassieke stelregel “eet maximaal 2 eieren per week” achterhaald.
Hoe zit het dan met omega-3?
Eind jaren 70 werd er in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift The Lancet een studie gepubliceerd waarin een verklaring werd gegeven voor het gegeven dat hart- en vaatziekten beduidend minder voorkwamen als doodsoorzaak bij de Inuit. Een groep Inuit werd daartoe vergeleken met een Deense controlegroep. De langzamere bloedstolling bij de Inuit trok de aandacht van de onderzoekers. Deze concludeerden uiteindelijk dat de hoge omega-3 concentraties in het bloed van de Inuit zou leiden tot een langzamere bloedstollingstijd, waardoor het risico op een infarct werd verkleinend.
Vanaf dat moment werd het usance om ten minste tweemaal per week vis te eten of anders te suppleren met visoliecapsules. Recent zeer grootschalig onderzoek (112.000 individuen) laat zien dat deze conclusie allerminst waterdicht is. Onder de deelnemers die veel omega-3 vetten binnenkregen werden maar weinig tot geen statistische voordelen gezien wat betreft de hart- en vaatgezondheid ten opzichte van hen die deze vetten niet aten. De conclusie was dan ook:
“We kunnen zeker zijn van de bevindingen van dit onderzoek die het heersende geloof tegenspreken, namelijk dat suppleren met omega-3 vetten het hart beschermt. Dit grootschalige vergelijkende onderzoek analyseerde informatie van duizenden mensen over een lang tijdsbestek en desondanks zien we geen beschermend effect”
You are what you eat?
Zoals plantaardige voedselbronnen behoorlijk wat verzadigde vetten kunnen bevatten (denk aan kokosvet), zo kunnen dierlijke voedselbronnen rijk zijn aan onverzadigde vetten. Zo heb je bijvoorbeeld net gelezen dat vis rijk is aan omega 3-vetzuren, wat grotendeels het gevolg is van de algen en zeewieren die de vis binnenkrijgt. Zo is er ook Jamón Ibérico, maar dan wel de echte. Wat veel mensen namelijk niet weten is dat het gedomesticeerde Ibérico-zwijn voornamelijk eikels te eten krijgt. En die bevatten weer veel onverzadigde vetten, waardoor het vlees van het zwijn ook rijk is aan onverzadigde vetzuren.
Zelf ga ik met een goede vriend van me een paar keer per jaar mee op jacht. In de bossen van Zuid-Limburg, en net over de grens met de Ardennen, leven veel zwijnen. Toen we een keer op jacht waren vertelde ik hem over de Jamón Ibérico. Al gauw kreeg ik de wedervraag: ‘Wat denk je dan dat onze eigen wilde zwijnen eten?’ Ik had eerlijk gezegd geen flauw idee. Toen vertelde mijn vriend dat onze lokale wilde zwijnen gedurende de herfst en winter zichzelf vooral volvreten met beukennootjes; eenzelfde soort bron van onverzadigde vetten. Het levert wild op dat ontzettend mals van smaak is.
Het is dus een misvatting dat onverzadigde vetten uitsluitend van plantaardige bronnen afkomstig zijn en dat verzadigde vetten uitsluitend in dierlijk eten voorkomen. Het denken in nutriënten en stofjes is eigenlijk niet zo zinvol is in de echte wereld. De echte wereld is de wereld van echt voedsel. De wereld van eten: delicious & nutritious!
Enjoy health!
The doc.
Foto’s
Copyright Elise Borsboom: @eliseborsboomofficial
Bronnen
Zie De dr. Ludidi Vastenmethode
About The doc.
Tevens coacht The doc. 1:1 via zijn online coaching programma en geeft hij regelmatig lezingen over leefstijl en gezondheid.
Meer weten? Mail info@drludidi.com of ga naar www.drludidi.com

Shopping cart

Subtotal
Shipping and discount codes are added at checkout.
Checkout