Dat je ooit aaneengesloten tien kilometer zou rennen, kon je je misschien niet voorstellen. Laat staan een halve marathon. Een hele? Ruim 42 kilometer hardlopen? Hoe dan?! Totdat je het een keer gedaan hebt. Na die eerste denken sommige lopers: dit nooit meer. Heel veel lopers denken direct of iets langer na de finish: dat kan sneller. En een klein aantal lopers denkt: als ik 42 kilometer kan rennen, zou 50 toch ook moeten kunnen? En ziedaar, de ultraloper is geboren. De allergekste onder dat toch al wat vreemde volk der langeafstandslopers.

Wanneer spreek je van een ultramarathon? In principe is iedere wedstrijd langer dan 42,195 kilometer een ultramarathon, maar de kortste ultra’s zijn over het algemeen 50 kilometer. Net even langer dan de marathon. Bedenk daarbij wel dat een marathon na 30 kilometer zwaar, na 32 kilometer loodzwaar en na 35 kilometer gruwelijk wordt. En dan moet je dus nog 15 kilometer. Best taai en als beginnend ultraloper doe je er dan ook verstandig aan om een stuk behoudender van start te gaan als op de marathon. Spaar je krachten.

En trainen? Loop je je niet helemaal suf als je traint voor een wedstrijd van 50, 60, 80 of 100 kilometer? Je maakt inderdaad stevige trainingsuren. Maar het is niet zo dat je voor een wedstrijd van 80 kilometer – twee keer een marathon – twee keer zoveel trainingsarbeid moet leveren. Train je voor een ultra(‘tje) van 50 tot 60 kilometer, dan zal je langste duurloop ongeveer een marathon zijn. Dus acht tot tien kilometer meer dan je langste duurloop in een reguliere marathonvoorbereiding. Tel daar nog eens tien of vijftien bij op voor een wedstrijd van 80 km. Wie voor de allereerste keer een trainingsschema voor de marathon onder ogen krijgt, denkt bij het zien van 30 km-duurlopen: no f***ing way! Om te ontdekken dat alles went. Zo gaat het ook met trainingen van 40, 50 of zelfs 60 kilometer, bezweren doorgewinterde ultralopers.

Nog veel meer dan tijdens de marathon is het bij een ultra van levensbelang dat je genoeg vocht en voeding binnen krijgt. Kun je een marathon nog op een paar gelletjes en bekertjes drinken uitlopen, een ultra vraagt om een meer uitgebreide fuel strategy. Je zult vaak zelf water en sportdrank bij je hebben en je doet er goed aan om tijdens je training te experimenteren met vast voedsel; waar ga je lekker op? Zie je bij reguliere loopevenementen water, sportdrank, bananen en sinaasappels bij verzorgingsposten, bij ultra’s stuit je op een waar buffet van chips, winegums, vlaai, soep en soms zelfs pizza of gepofte aardappels. Voordat je daarop aanvalt, wil je weten wat jij verdraagt.

Waarom al deze ultrapraat? Dit weekend wil ik me inschrijven voor mijn tweede 50 kilometerloop, de SallandTrail. En ik speel met de gedachte om volgend jaar in september mijn eerste ultramarathon over 100 kilometer te lopen. Honderd? Ja, honderd. Kan ik me nu ook nog niets bij voorstellen. Maar ja, dat kon ik een paar jaar geleden ook niet bij tien kilometer.

Ultra’s worden steeds populairder in Nederland. Vooral ultratrails. Dat zijn runs die niet alleen langer zijn dan de marathonafstand, maar die worden gelopen over onverharde paden. Op hele mooie plekken dus. Wil je kennis maken met het trail runnen, dan zijn er ook zat loopjes te vinden over meer christelijke afstanden; alles tussen 10 en 40 kilometer. Kijk eens op de site mudsweattrails.nl om te kijken wat er te lopen valt. En get hooked.