Alle gedachten die opkomen tijdens het hardlopen zijn ondergeschikt aan het proces van het lopen. Die gedachten zijn als windvlagen. Ze zijn er ineens, zijn weer weg en veranderen niets. Aldus schrijver Haruki Murakami. Hij heeft groot gelijk. Filosoof Mark Rowlands voegt er nog de volgende observatie over gedachten tijdens het rennen aan toe: “They come in their time, not ours.”

Af en toe probeer ik het bovenstaande te ontkrachten en hoop ik tijdens een loopje een gedachte af te dwingen. Dat is me nog nooit gelukt. Wat wel gebeurt, is dat ik thuis kom en dat tijdens het lopen een idee blijkt te zijn ontstaan.

Ik heb mensen wel horen beweren dat ze tijdens het hardlopen hun gedachten ordenen of zelfs gaan lopen om over iets na te denken. Tja. Het enige waarover ik controle heb tijdens het rennen is het ritme van mijn voeten. Al het andere gebeurt.

En gelukkig maar. Dat maakt hardlopen tot zo’n prettige beleving. Je hoeft niets anders te doen dan de ene voor de andere voet te zetten. Morgen en gisteren doen er niet toe. Alles is nu.

In de voorbereiding op een marathon loop je soms drie uur hard. “Waar denk je dan aan?” Sommigen vragen het zich geschrokken af. Hoe je in hemelsnaam die tijd doorkomt. Probeer het eens met stilte, in plaats van die op te vullen met muziek of gepraat met een ‘running mate’. Geef leegte de ruimte, jij hoeft niks.