Op dit blog deelt Klaas Boomsma zijn liefde voor en kennis van het hardlopen. En hoopt jou te motiveren om ook lekker te gaan lopen.

Nog altijd droom ik ervan om een marathon te lopen in minder dan drie uur. Stiekem had ik daar voor de aanstaande Amsterdam Marathon ook weer mijn zinnen op gezet. Trainen met een marathontempo van zo’n vier en een kwart minuut per kilometer als uitgangspunt. Maar is dat wel reëel?

Foto: Annemarie Dekker

Bij die sub 3-marathon ben ik één keer in de buurt gekomen. Vorig jaar april liep ik de marathon van Rotterdam in drie uur en vier minuten. Tot 10 kilometer voor de finish lag ik voor op schema, bij het 35-kilometerpunt zat ik precies op schema en knalde ik hard tegen de muur. In die laatste zeven kilometer verloor ik dus nog dik vier minuten en dat is vrij veel. Te hard gestart? Misschien toch licht overtraind aan de start verschenen? Allebei? In ieder geval had ik niet te weinig getraind, dat durf ik wel te beweren.

Wat ik dankzij die marathon in ieder geval bevestigd heb gezien, is dat alles op de wedstrijddag moet kloppen wil ik die 42,195 kilometer afleggen in minder dan drie uur. In januari van dit jaar heb me in een sportmedisch centrum laten testen, weet ik wat mijn VO2max is en wat mijn maximale hartslag is. Als ik aan de hand van die gegevens bekijk wat ik zou moeten kunnen lopen op de marathon kom ik uit op 3 uur precies. Hoewel deze tabellen ook langzamere tijden aangeven op de 10 kilometer en de halve marathon dan ik daadwerkelijk (recent) heb gelopen. Dus misschien is die drie uur dan ook aan de zuinige kant…? Veel speling heb ik sowieso niet.

Ach ja, allemaal theorie. Terug naar de praktijk. Zo’n maximaal haalbare tijd loop je alleen als je goed getraind bent, wel doorvoed, goed gehydrateerd en uitgerust en ook omstandigheden waar je geen vat op hebt meezitten op de grote dag. Het weer, bijvoorbeeld.

Ergens in de komende weken, moet ik beslissen of ik wil doortrainen op deze intensiteit of dat het een tandje lager moet. Waarom? Omdat je vorm niet kunt afdwingen. En als je tegen de klippen op harder traint dan je eigenlijk aankunt, wordt je slechter en niet sterker en sneller. Dat weet ik uit ervaring.

Het zijn luxeproblemen. Ik hoef met het lopen van een marathons immers mijn geld niet te verdienen en er is geen sponsor die druk op mijn schouders legt. Het is natuurlijk al lang geweldig dat ik marathons kan lopen en me druk mag maken over finishtijden van onder de 3 uur 15. Het overgrote merendeel van de recreatieve marathonlopers komt bij die tijden niet eens in de buurt. Maar toch, een beetje steekt het toch wel om toe te moeten geven dat je gewoon minder sterk en fit blijkt dan je hoopte en dacht te zijn.

Oh, well. De zon schijnt en ik ga lekker een stuk lopen. Hard lopen. Misschien wel iets te hard.