Het hoort bij de rituele dans voorafgaand aan de marathon. De vraag naar je plannen. Beter gezegd, de vraag naar de tijd waarbinnen je hoopt te finishen. En natuurlijk heb ik altijd wel iets in gedachten, maar zin om dat te delen heb ik niet per se. Zeker na een paar keer hard mijn doelen van de daken te hebben geschreeuwd en ze niet te hebben gehaald, zou ik nu eigenlijk liever niks zeggen en gewoon lopen en dan ziet men wel wat het is geworden.

Foto: Nigel van der Horst

Maar dat ga ik niet doen. Ik deel van alles en nog wat over lopen en over mijn training, dus indekken of wegduiken past niet. Voor de draad ermee! Streeftijd? Ik weet het niet, maar ik ga er wel een gooi naar doen.

De afgelopen weken heb ik getraind volgens het principe van Energy Control; relatief weinig kilometers, maar veel pittige trainingen en alles vrij nauwkeurig op hartslag. Die training gaat lekker. Ik heb weer aardig wat snelheid in de benen en ik geloof dat ik met deze trainingsaanpak echt een hele redelijke marathon kan lopen. Maar, er is een maar. Berlijn komt vijf weken te vroeg. Trainer Martijn Rodijk had mijn schema afgestemd op de marathon van Amsterdam op 21 oktober en niet op die van Berlijn op 16 september. Dat scheelt nogal.

Best jammer vind ik het wel dat ik nu het schema niet afmaak en dus niet echt ga zien wat deze trainingsaanpak me zou opleveren. Maar goed, dat is nogal een luxeprobleem en ik kan het altijd nog een keer overdoen.

Terug naar Berlijn. Martijn heeft de marathon voor me in stukken opgedeeld en voor elk blok van die 42,195 kilometer heb ik een hartslag waar ik op moet lopen. 159, 162, 164, 167, 170, 176. Zegt je niet zoveel, hè? Mij inmiddels wel. Vooral die 164 is belangrijk, daar loop ik het grootste deel van de marathon op. Afgelopen maandag liep ik 16 kilometer op en rond de 164 slagen per minuut en dat kwam neer op een gemiddelde snelheid van 4 minuten en 17 seconden per kilometer. Reken ik de eerste kilometer, de ‘opwarmkilometer’, niet mee, dan was het gemiddeld 4:12 minuut per km. Als ik dat een hele marathon zou kunnen lopen, dan liep ik onder de 3 uur. Een droomtijd. Sub 3 lopen, dat gaat niet gebeuren. Aan het eind van die 16 km van maandag liepen de kilometertijden namelijk al op tot net boven de 4:20.

Maar wat dan wel? Ik heb best goede hoop dat ik goed genoeg ben om onder de 3 uur 10 te lopen. Dáár ga ik alleen niet op lopen. Ik ga me aan die hartslagen houden en dan zie ik in de laatste kilometers wel of ik inderdaad weer eens onder de 3:10 kan komen. Zou ik heel blij mee zijn. Dit keer bepaalt dus niet de streeftijd mijn tempo, maar mijn hartslag. Eigenlijk is dat natuurlijk altijd zo. Je lijf bepaalt wat het wordt, niet je verlangens.

Heel nieuwsgierig ben ik naar dit experiment. Vooral heb ik er enorm veel zin in