“Heb je nou nooit dat je er geen zin in hebt?”, vroeg mijn vrouw me. Ik was op mijn laptop aan het uitvogelen waar ik in de omgeving van ons vakantieadres een vlak stuk weg kon vinden om een intervaltraining te doen. Dat is hier in Toscane nog niet zo heel eenvoudig. Terug naar de vraag. “Geen zin? Tja. Zelden.”

Voor het boek Beweeg! (verschijnt eind april bij uitgeverij Carrera) interviewde ik zeven collega-trainers van de Vondelgym. Ik vroeg ze een heleboel, maar ook of ze zelf wel eens geen zin hadden om te trainen. Geen enkele trainer zei meteen ‘ja’. Bij geen van de trainers bleek ‘geen zin’ een serieuze overweging als het ging over wel of niet trainen. ‘Geen zin’ deed er niet zoveel toe.

In Beweeg! bekijken we obstakels die mensen ondervinden bij het sporten en gezond leven. Bijvoorbeeld ‘weinig energie’ of ‘te druk’. Behalve de genoemde trainers en mijn broer Arie, komen ook leden van onze Vondelgym aan het woord. Mensen met een bijzonder verhaal die een ding gemeen hebben: ze sporten al geruime tijd onafgebroken een paar keer per week. Zin of geen zin, weer of geen weer. Wat is het geheim?

Wat de trainers en de regelmatige sporters delen, is dat ze van hun training een vast onderdeel van hun leven hebben gemaakt. Net als eten, werken en slapen. Iedereen met een baan denkt wel eens: “Totaal geen zin vandaag”. Voor de meeste mensen is het geen optie om die gedachte serieus te nemen en niet te gaan. Dan ben je snel die baan kwijt. Zo is het ook met trainen. Als je na je werk wel ziet of je nog tijd om te trainen hebt, heb je dat meestal niet. Staat die training al weken in vast in je agenda, dan hoef je niet met jezelf in debat; gewoon doen.

Maar hoe kom je op het punt dat trainen een vanzelfsprekendheid is en geen hindernis die je steeds opnieuw moet nemen? Voor mij is het begonnen met een activiteit die ik leuk vind. Logisch. Zou je denken. Toch staan er dagelijks duizenden mensen met bakken weerzin stuk te gaan op crosstrainers. Om na drie weken te roepen dat sporten echt niets voor hen is. Ik geloof dat als je eerste sportdoel ‘plezier vinden’ is – in plaats van vijf kilo verliezen of tien kilometer kunnen hardlopen – je je kansen op volhouden aanzienlijk vergroot. Hardlopen, wandelen, schermen, boksen, zwemmen, Crossfit of schoonspringen; voor iedereen is iets te vinden.

Heb je er lol in gekregen, dan helpt het om doelen te stellen. Niet ver weg, abstract of veel te ambitieus. Kleine doelen als ‘deze week drie keer sporten’, een week geen frisdrank of vandaag niet met de lift maar met de trap. Natuurlijk kun je op een gegeven moment wel een groter doel stellen, een stip aan de horizon. Maar eerst gaat het om vandaag.

Zelf beleef ik er veel plezier in om te trainen met een schema. Een trainingsprogramma geeft je het gevoel dat je met een project bezig bent, dat je aan iets bouwt, elke dag een steen legt. Bij de Vondelgym zie ik dat veel mensen motivatie halen uit sporten met vrienden of meedoen met groepstrainingen. Heel wat wegen leiden naar Rome.

Morgen loopt er een lange, dunne man te draven langs een Italiaanse B-weg. Kilometer hard, drie minuten rustig, kilometer hard, enzovoort. Zijn kale kop zal rood zijn als een tomaat en dikke pret, dat zal hij hebben.